Spaghetti Carbonara

Als ik niet weet wat ik moet eten. En geen zin heb om uitgebreid te koken. Maar ook geen zin om een pizza te bestellen. Of Chinees. Of in friet. Of in een boterham. Dan is een pan spaghetti carbonara altijd dé uitkomst. De ingrediënten voor spaghetti carbonara heb ik bijna altijd in huis (en ik denk iedereen wel). En het is ook altijd weer lekker. Maar dan ook écht lekker. Het is het soort voedsel wat Jamie Oliver of Nigella Lawsom ‘comfort food’ zouden noemen. Is het ook wel. De eieren geven de pasta een fluweelzacht laagje… Hmmmmm! En… het staat in 10 minuten op tafel!

spaghetticarbonara

Ingrediënten (voor 2 personen):
250 gram spaghetti
4 eieren (alleen de dooiers)
flinke scheut slagroom
100 gram geraspte Parmezaanse kaas
250 gram spekreepjes
peper

Kook de spaghetti volgens de aanwijzing op de verpakking. Het loont de moeite om lekkere spaghetti te kopen (verse eventueel), maar het kan ook prima met de allergoedkoopste spaghetti onderuit het supermarktschap.
Bak ondertussen de spekjes krokant (en ‘dep’ ze even droog met wat keukenpapier).
Klop de 4 eierdooiers met de scheut slagroom.
Als de spaghetti klaar is, houd dan wat kookvocht achter.
Doe de spaghetti dan terug in de pan, voeg de eierdooiers toe en blijf roeren (door de warmte van de spaghetti wordt het ei vanzelf ‘gaar’).
Voeg de spekjes toe.
Voeg eventueel wat kookvocht toe.
Voeg de Parmezaanse kaas toe (bewaar eventueel wat om erover te strooien).
Klein beetje peper naar smaak (geen zout, want de spekjes zijn al zout genoeg).



Rode kool

Tot 2 jaar terug had ik nog nooit zelf rode kool gemaakt. En rode kool uit een potje (of eigenlijk welke groente dan ook uit een potje) vind ik niet lekker. M’n vader haalt altijd aardappels bij een boer in de buurt en neemt dan meteen voor ons een zak mee. Toen ik een keertje met ‘m meereed zag ik dat de boer ook rode en witte kolen verkocht. “Maar 1 euro? Voor zo’n grote rode kool?”, vroeg ik verbaasd. “Ja, die verbouwd hij ook, het geld kun je gewoon hier in het busje doen”, zei m’n vader. Op de terugweg reden we langs een grote paars veld, vol met rode kolen. Prachtig. Sindsdien eten we regelmatig rode kool.

rodekool

Het idee voor dit recept komt uit het boek Kook met Jamie van Jamie Oliver. Ik heb het alleen wat aangepast, omdat ik de hoeveelheid balsamico-azijn die hij gebruikt (150 milliliter) teveel vond. De rode kool werd daardoor wat zurig (ik vond het op zich wel lekker, maar van mijn tafelgenoten mocht het wel wat zoeter). Daarom; minder balsamico-azijn, extra suiker, wat kaneel en een extra appel.

Ingrediënten:
1 rode kool
1 eetlepel venkelzaad
150 gram spekjes
1 ui
3 eetlepels balsamico-azijn
3 appels
2 eetlepels suiker
1theelepel kaneel

Bak de spekjes in wat roomboter en met het venkelzaad.
Doe de gesneden ui erbij en laat dit bakken tot de ui goudbruin is.
Doe nu de in dunne reepjes gesneden rode kool erbij, samen met de appels (ook in stukjes uiteraard), de suiker, de kaneel en de balsamico-azijn.
Dit alles laat je op een zacht pitje minstens een uur pruttelen terwijl je regelmatig roert.
Proef zelf ondertussen of de rode kool gaar is en of je er nog wat extra suiker (of balsamico-azijn) bij wil.



Spruitjesstamppot

Jaren terug hadden de verkering en ik een etentje van FOXY magazine, een tijdschrift waar ik al meer dan 12 jaar voor schrijf. Er was een vast menu en we konden voor het hoofdgerecht kiezen uit een hertenbiefstukje met spruitjes of een zalmmoot met Oosterse groenten. “Ieuw, spruitjes”, zei ik. “Nee joh, hartstikke lekker”, zei de verkering. En hoewel ik er vaak niet tegen kan dat hij me dwingt om ergens een hapje van te nemen (Hij: “Neem nou een hapje, neem, neem, toe nou, toe nou, neem nou een hapje.” Ik: “Ik weet hoe het smaakt!!!!!!! Ik heb geen honger!!!!!!”), ben ik tot op de dag van vandaag blij dat hij me toen een hap spruitjes onder m’n neus duwde. Uiteindelijk at ik zijn bord leeg: “Eigen schuld, dan had je me maar niet moeten laten proeven.”

spruitjesstamppot

Sindsdien eten we regelmatig spruitjesstamppot. Waar ik vroeger met een grote boog omheen liep, wordt nu met groot plezier in de winter weer ontdekt; “Jippie, ze hebben weer spruitjes.” We maken thuis soms de cheap versie (met alleen spekjes en ui) of de luxe versie (met brie en pijnboompitjes). Ik denk dat het geheim zit in het roerbakken in plaats van het koken van de spruitjes.

Ingrediënten (voor 2 personen die gek op spruitjes zijn):

500 gram spruitjes
1 kilo aardappelen
1 grote ui
250 gram spekjes
roomboter

voor de luxe versie:
een stukje brie
2 eetlepels pijnboompitjes

Schil de aardappelen, kook ze gaar en stamp er aardappelpuree van. Ik doe hier zelf nooit zou bij, omdat er uiteindelijk ook spekjes door de stamppot komen en dan is het al vaak te zout.
Maak de spruitjes schoon door het kontje eraf te snijden en de buitenste blaadjes te verwijderen (alle bruine blaadjes moeten eraf). Snij de spruitjes nu in 4-en.
Snij de ui in kleine stukjes.
Roerbak nu de spruitjes, samen met de ui en de spekjes tot de spruitjes gaar zijn (ik proef altijd of ze gaar zijn, ik let bij recepten zelf nooit exact op de tijd, ik kook op gevoel en smaak, maar ik denk dat je de spruitjes zo’n 15 minuten zachtjes moet roerbakken).
Voeg nu de spruitjes samen met de aardappelpuree. Meestal is alles al smeuïg genoeg, maar je kunt er eventueel een scheutje melk bij doen.
Voor de luxe versie doe je de spruitjesstamppot in een ovenschaal en beleg je alles met dun gesneden plakjes brie. Dit zet je even onder de grill (of gewoon in de oven op 180°) tot de brie gesmolten is. Ondertussen rooster je de pijnboompitjes en als de brie gesmolten is strooi je die over de stamppot.