Bitterkoekjespudding

Ik voelde me een onwijs goede keukenprinses toen ik voor de eerste keer bitterkoekjespudding maakte. Het effect van een Mona-toetje omkeren, lipje eraf en dan in het gaatje blazen, zodat het toetje gemakkelijk los komt van het plastic, maar dan dus ook nog eens helemaal zelfgemaakt! Magisch! Ik kocht ooit op een rommelmarkt verschillende, vintage puddingvormen van Tupperware en als ik die gebruik om dit typische Hollandse toetje te maken waan ik me helemaal back to the fifties.

bitterkoekjespudding

Ingrediënten (voor een puddingvorm van 1 liter + een kleintje van +/- 250 ml):
200 gram bitterkoekjes
5 eetlepels Amaretto (of andere amandellikeur)
2 zakjes vanillesuiker
5 blaadjes gelatine
4 eieren (alleen het eigeel)
6 deciliter volle melk
60 gram suiker
4 deciliter slagroom (alvast een beetje opgeklopt)

Breek de bitterkoekjes in kleine stukjes en doe de Amaretto erbij, zodat ze kunnen weken.
Breng de melk met de vanillesuiker aan de kook (dus tegen de kook aan, zodat de suiker oplost).
Leg de gelatineblaadjes in een bakje met koud water (minstens 5 minuten).
Klop het eigeel samen met de suiker licht en romig.
Doe nu een klein beetje van de hete melk bij het eimengels en klop dit. Doe nu het eimengsel bij de melk en blijf kloppen. Dit mengel gaat nu zachtjes binden, maar je moet het niet laten koken. Ik blijf altijd een minuut of 4 zachtjes roeren met de garde (zeer rustgevende bezigheid).
Haal de pan nu van het vuur, knijp de gelatine uit en voeg dan de gelatine toe aan het eimengsel. Even doorroeren met de garde.
Laat dit alles nu goed afkoelen (het snelste gaat dit door koud water in de gootsteen te laten lopen en de pan hierin te zetten, ijsblokjes in dat water zou helemaal handig zijn, maar is mij teveel gedoe).
Als het mengsel genoeg is afgekoeld (kan wel een half uurtje duren) dan voeg je de geweekte bitterkoekjes en de ietwat opgeklopte slagroom toe).
Dit mengsel kun je nu in een met water omgespoelde vorm scheppen. Bovenstaand recept is genoeg voor 1 vorm van 1 liter + nog een paar kleinere vormpjes. Als je geen echte puddingvorm in huis hebt, dan kun je ook een glazen schaal gebruiken (denk ik, ik heb het nooit zelf getest). Mocht de pudding niet compleet uit een glazen schaal komen, dan is dat misschien optische een teleurstelling, maar de smaakt blijft gewoon goed natuurlijk (en met z’n allen uit een glazen schaal lepelen heeft ook wel wat).
Ik bedenk me net; dit staat ook gewoon leuk in een gewoon doorzichtig glas (zoals bijvoorbeeld een whiskeyglas), dan hoeft je ’t niet eens uit het glas te halen, maar kun je het zo presenteren.
Laat de pudding wel eerst minstens 4 uur in de koelkast opstijven. Een dag van tevoren maken is dus handig.



Nieuwjaarsrolletjes (of kniepertjes)

‘Het is zover’, Whatsapp’t buurmeisje D.
‘Ik kom eraan’, app ik terug.

Mijn buren weten eerder wat er bij ons gegeten wordt dan er op dit blog kan verschijnen. De geuren van Marokkaanse stoofschotels, Indiase curry’s en Thaise soepen vliegen binnen no time de schutting over en, zeker in de zomer, als alle deuren los zijn, piept buurvrouw J. regelmatig boven de schutting met de vraag: “Wat ben je nou weer voor lekkers aan het maken?” Helaas is buurman G. niet zo van de culinaire gekkigheid en meer van de Hollandse pot.

En al ben ik best bekend met Hollandse gerechten en tradities; nieuwjaarsrolletjes of kniepertjes kende ik niet. Laten mijn buren nou net echte Achterhoekers zijn die elk jaar samen een hele stapel maken! Ik instrueerde buurmeisje D. om me even te laten weten wanneer ze zouden beginnen, want typische Hollandse tradities mogen niet vergeten worden (maar ja, dan moet ik ze wel eerst kennen!).

nieuwjaarsrolletjes

Een kniepertje is een plat wafeltje, terwijl een rolletje (dus een nieuwjaarsrolletje), het klinkt logisch; opgerold wordt. Het is de traditie dat je in december de platte kniepertjes gepresenteerd krijgt als je ergens op de koffie gaat, terwijl je vanaf nieuwjaarsdag dus de rolletjes eet. De achterliggende gedachte; in december is het oude jaar al volledig ontvouwen, terwijl het opgerolde koekje het onbekende jaar symboliseert. Mooi!!!

Wanneer ik via de achterdeur bij de buren binnenkom zijn buurman G. en buurvrouw J. al druk bezig. Het beslag is al eerder volgens een oud familierecept gemaakt. En het is bij dit beslag dus niet zo dat je alle ingrediënten bij elkaar kan gooien en kan mixen (zoals ik meestal doe bij beslag). Je moet alles op een bepaalde volgorde bij elkaar doen, anders komt het niet goed. Buurman G. is in charge over het speciale wafelijzertje en doet steeds een eetlepel van het beslag in het wafelijzer. Na ongeveer een minuut is het wafeltje klaar en wordt het met een mes van het wafelijzer gehaald en voor buurvrouw J. gelegd Zij zit klaar met een speciaal stokje (niet helemaal recht, want anders krijg je het rolletje er niet vanaf). Om dit stokje wordt het wafeltje gerold, er dan weer vanaf gerold en op een blaadje gelegd om af te koelen. Het is een tijdrovende bezigheid en alles komt erg nauw, maar buurman G. en buurvrouw J. doen dit overduidelijk al velen jaren samen en zijn volledig op elkaar ingespeeld. Mooi!

Ik kreeg een zakje met wat nieuwjaarsrolletjes mee naar huis en al is het niet de bedoeling de opgerolde al vóór het nieuwe jaar te nuttigen, toch zijn ze allemaal al op. Met slagroom. Heerlijk! Voor iedereen die niet naast Achterhoekers woont die tradities in ere houden; ga naar de supermarkt en koop een doos Vegter’s rolletjes. Stuk minder lekker natuurlijk, maar ja, je kan niet allemaal zulke lieve buren hebben.



Spruitjesstamppot

Jaren terug hadden de verkering en ik een etentje van FOXY magazine, een tijdschrift waar ik al meer dan 12 jaar voor schrijf. Er was een vast menu en we konden voor het hoofdgerecht kiezen uit een hertenbiefstukje met spruitjes of een zalmmoot met Oosterse groenten. “Ieuw, spruitjes”, zei ik. “Nee joh, hartstikke lekker”, zei de verkering. En hoewel ik er vaak niet tegen kan dat hij me dwingt om ergens een hapje van te nemen (Hij: “Neem nou een hapje, neem, neem, toe nou, toe nou, neem nou een hapje.” Ik: “Ik weet hoe het smaakt!!!!!!! Ik heb geen honger!!!!!!”), ben ik tot op de dag van vandaag blij dat hij me toen een hap spruitjes onder m’n neus duwde. Uiteindelijk at ik zijn bord leeg: “Eigen schuld, dan had je me maar niet moeten laten proeven.”

spruitjesstamppot

Sindsdien eten we regelmatig spruitjesstamppot. Waar ik vroeger met een grote boog omheen liep, wordt nu met groot plezier in de winter weer ontdekt; “Jippie, ze hebben weer spruitjes.” We maken thuis soms de cheap versie (met alleen spekjes en ui) of de luxe versie (met brie en pijnboompitjes). Ik denk dat het geheim zit in het roerbakken in plaats van het koken van de spruitjes.

Ingrediënten (voor 2 personen die gek op spruitjes zijn):

500 gram spruitjes
1 kilo aardappelen
1 grote ui
250 gram spekjes
roomboter

voor de luxe versie:
een stukje brie
2 eetlepels pijnboompitjes

Schil de aardappelen, kook ze gaar en stamp er aardappelpuree van. Ik doe hier zelf nooit zou bij, omdat er uiteindelijk ook spekjes door de stamppot komen en dan is het al vaak te zout.
Maak de spruitjes schoon door het kontje eraf te snijden en de buitenste blaadjes te verwijderen (alle bruine blaadjes moeten eraf). Snij de spruitjes nu in 4-en.
Snij de ui in kleine stukjes.
Roerbak nu de spruitjes, samen met de ui en de spekjes tot de spruitjes gaar zijn (ik proef altijd of ze gaar zijn, ik let bij recepten zelf nooit exact op de tijd, ik kook op gevoel en smaak, maar ik denk dat je de spruitjes zo’n 15 minuten zachtjes moet roerbakken).
Voeg nu de spruitjes samen met de aardappelpuree. Meestal is alles al smeuïg genoeg, maar je kunt er eventueel een scheutje melk bij doen.
Voor de luxe versie doe je de spruitjesstamppot in een ovenschaal en beleg je alles met dun gesneden plakjes brie. Dit zet je even onder de grill (of gewoon in de oven op 180°) tot de brie gesmolten is. Ondertussen rooster je de pijnboompitjes en als de brie gesmolten is strooi je die over de stamppot.