Tomatensoep

Ik had ooit een vriendje dat, for real, tomatensoep uit blik lekkerder vond dan verse tomatensoep. Onbegrijpelijk, maar het zal iets te maken hebben met het feit dat hij dat vroeger thuis ook altijd kreeg. Gelukkig heb ik nu een verkering die mijn kookkunsten wel kan waarderen, alleen is hij weer niet zo gek op soep in het algemeen. Maar als er genoeg vlees in zit, dan kan het zijn goedkeuring meestal wel wegdragen. Wij kopen een paar keer per jaar een stuk koe (zo’n 35 kilo), dus onze vriezer ligt altijd vol met 100% biologisch rundvlees. En dat is vlees is lekker!!! Ik denk dat mede door dit vlees de tomatensoep die ik ermee maak zo waanzinnig goed smaakt.

tomatensoep

Ingrediënten (voor 5 liter):
1 runderschenkel (de mijne was 750 gram)
2 kilo tomaten
3 laurierblaadjes
4 uien
2 runderbouillonblokjes
2 teentjes knoflook
500 gram rundergehakt
vermicelli (optioneel)

Zet de schenkel op met 3 liter water en de runderbouillonblokjes.
Snij de tomaten in stukjes (snij de’kroontjes’ weg), snij de uien in ringen en de knoflook in stukjes en doe dit, samen met de laurierblaadjes in de pan.
Laat dit zo lang mogelijk zachtjes koken. Ik zet de pan meestal ’s ochtends op en loop er dan elk uurtjes even langs om erin te roeren.
Na een paar uur valt het vlees vanzelf van het bot (en het bot haal je er dan dus uit).
Het schenkelvlees eventueel eruit halen om in stukjes te snijden.
Een half uur voordat je wil gaan eten doe je het gehakt er in snippertjes bij (gewoon losmaken met je vingers) (maar je kan er ook balletjes van draaien).
Nu heb je dus 5 liter soep en die kun je meteen eten (als je dat met 16 man van plan bent), maar ik vries dus het meeste in (en breng mijn ouders een pannetje).
Ik doe de vermicelli er uiteindelijk pas in als ik de tomatensoep weer opwarm, want ik vind ingevroren en dan weer opgewarmde vermicelli niet zo lekker.
Er zullen vast wel betere recepten zijn dan die van mij, maar ik hou het graag simpel, al duurt het wel uren voordat de soep klaar is (maar dat heb ik er graag voor over).



Erwtensoep

Een echte Hollandse vrouw (m/v) moet een grote pan erwtensoep kunnen maken. En dan niet door het opentrekken van een blik, maar door zelf een paar uur in de keuken te staan. Want… voor erwtensoep moet je de tijd nemen. Liefde, 100% procent pure liefde moet erin. En spliterwten. En vlees, heel veel vlees. Van een kom erwtensoep word je blij! Van een kom zelfgemaakte erwtensoep krijg je het Unox-gevoel, maar dan zonder Unox! En als ik een pan erwtensoep heb gemaakt voel ik me trots! Trots op mezelf! Trots op Nederland! Trots op mijn koude, vlakke land, waar alle ingrediënten vandaan komen!

erwtensoep

Erwtensoep is ideaal om in te vriezen en daarom maak ik altijd heel veel (oh, dat doe ik eigenlijk altijd). Vandaag (of eigenlijk gisteren) begon ik met het maken van 10 liter en in principe zou dat voldoende zijn voor 20 personen (want een normale portie is zo’n 500 milliliter per persoon). Normaal gesproken maak ik erwtensoep altijd met karbonades, maar deze keer heb ik ‘m (heel decadent) met runderschenkel gemaakt (want de diepvries moet leeg, maar ja, al die liters erwtensoep moeten ook weer worden ingevroren, oh, wat een decadente dilemma’s).

Ingrediënten (voor dus 20 porties):
2 pakken spliterwten (totaal 1 kilo dus)
1 kilo karbonades (of dus runderschenkel)
100 gram zuurkoolspek (met zwoerd)
2 knolselderijknollen
1 kilo prei
4 uien
1 kilo wortelen
500 gram aardappelen
4 rookworsten
bosje bladselderij

Doe de spliterwten in een zeef en spoel ze af met water. Doe ze in een grote pan, samen met het vlees en voeg ongeveer 4 liter water toe. Breng dit aan de kook. Als het kookt komt er een schuimlaag op en die schep je eraf (en gooi je weg). Het kan zijn dat je dit een paar keer moet herhalen.
Ik laat dit altijd een paar uur zachtjes opstaan (minstens 2 uur) en roer om de 15 minuten even in de pan, zodat er niks aan de bodem aanbakt. De erwten moeten echt stuk gekookt zijn, dus dit kan ook 3 uur duren. Het vlees moet van de botten af vallen.
Ik zet nu de pan een nachtje buiten, zodat alles zo snel mogelijk afkoelt.
De volgende ochtend zet ik de pan weer zachtjes op.
Als het weer zachtjes kookt haal je alle botten uit de soep en snij je het vlees klein (hoe je dit doet moet je zelf even uitproberen, je krijgt hoe dan ook vieze handen).
Nu snijd je alle groenten en dit is een tijdrovende bezigheid (ondertussen kun je mooi mediteren). Vooral met het snijden (en eerst schillen) van de knolselderij ben je wel even bezig. Alle groenten doe je nu bij de soep en dit laat je gewoon weer een paar uur zachtjes pruttelen.
Normaal gesproken koop je dus een knolselderij waar de bladselderij nog aan zit. Helaas knippen ze die bij de Albert Heijn eraf en verkopen de ze de knolselderij en de bladselderij los van elkaar (stom!), waardoor ik de bladselderij was vergeten. Geen groot drama.
Bij mij stond alles de hele dag op het laagste pitje (van 9:00 tot 17:00) en ik roerde om het kwartier even in de pan. Als het te dik wordt doe je er wat water bij.
In het laatste uur doe je de in plakjes gesneden rookworst erbij (en dan geen magere rookworst, maar gewone boerenrookworst). En om geen ellende aan tafel te krijgen (“Jij hebt veel meer worst dan ik, het is niet eerlijk!”), doe ik er dus 4 rookworsten in. Decadent, ja. Lekker, ja!

Maar waarom je aan bovenstaand recept houden? Op elk doosje spliterwten staat het recept voor een typische Oud-Hollandsche pan snert. Mijn tips; blijf bij je pan, blijf roeren, voeg water toe als het te dik wordt en vooral; doe er heel veel rookworst in. En liefde, heel veel liefde.



Prei-aardappel-roomsoep

Ik was 19, zat in het derde jaar van de grafische MTS en liep een jaar stage bij een kleine ontwerpstudio in een nog veel kleiner plaatsje in de Betuwe. Elke dag met de bus een half uur heen en een half uur terug over de dijk, langs de Waal. De ontwerpstudio was in het voorhuis van de boerderij van de bazin, ik had 2 collega’s en er was een prachtige, grote Newfoundlander die ik met alle liefde elke middag ging uitlaten.

Toen mijn stage afgelopen was kreeg ik van de bazin een zilveren ketting, ring en armband met alle drie een grote zwarte onyx erin. “Ik had je graag een baan aan willen bieden”, zei ze bij het afscheid, “want ik zou je hier heel graag in vaste dienst hebben, maar je hebt veel meer in je dan dit. Ik bied je geen baan aan omdat ik wil dat je verder gaat studeren.” Ik ben haar woorden én het recept voor de pan prei-aardappel-roomsoep die zij regelmatig voor bij de lunch maakte nooit vergeten. Of… eigenlijk heb ik het exacte recept nooit gekregen, maar ik maak al jaren en jaren (bijna 20 jaar, waar blijft de tijd) m’n eigen versie die er volgens mij prima op lijkt.

aardappelpreisoep

Ingrediënten (voor 2,5 liter soep):
750 gram prei in ringen
500 gram aardappel in blokjes
1 pakje roomkaas met kruiden
3 kippenbouillonblokjes
1,5 liter water
200 ml slagroom
peper en zout

Bak de aardappelblokjes en de prei iets aan in een pan. Ik doe dit zelf altijd in een klont roomboter, maar je kunt natuurlijk ook olijfolie of vloeibare margarine gebruiken.
Doe hier nu 1,5 liter water bij en de 3 bouillonblokjes.
Laat dit nu zo’n 20 minuten zachtjes koken, of in ieder geval tot de prei en de aardappel gaar zijn.
Pan van het vuur halen, pakje roomkaas met kruiden erin, slagroom erin en alles glad mixen met de staafmixer. Ik gebruik altijd de roomkaas met kruiden van de LIDL en ook de houdbare slagroom van de LIDL (daar heb ik er altijd een stuk of 5 van in de kast liggen, just in case).
Geen slagroom in huis, of vind je dat teveel calorieën? Een scheut melk kan ook.
Op smaak brengen met peper en zout.



Pompoensoep

Pompoen; mooi product. Je koopt ‘m ergens in september en hij is nog steeds te gebruiken in november. Al ligt zo’n pompoen bij mij nooit lang op tafel, want in het pompoenseizoen maak ik om de 2 weken wel een grote pan die dan in bakjes richting mijn ouders en richting mijn diepvries gaat. Want pompoensoep verveelt nooit. Mij niet.

pompoensoep

Ingrediënten (voor 4 liter soep):
1 pompoen
2 uien
3 teentjes knoflook
4 kippenbouillonblokjes
stuk verse gember
peper en zout

eventueel:
restje gekookte aardappel
koriander
crème fraîche
rood pepertje

Snij de pompoen in stukken (dit is een enorm kutklusje). Meestal heb ik de verkering nodig om de pompoen door de helft te hakken; daarna lukt de rest wel. Sommige pompoenen kun je met schil en al eten, maar ik neem geen risico en schil ‘m sowieso. De pitten en draden gooi je weg.
Het is een beetje afhankelijk van het formaat pompoen hoeveel liter pompoensoep je krijgt. Ook ligt het er een beetje aan hoe dik je de soep wil, dus waar het eigenlijk op neerkomt; ik doe maar wat qua hoeveelheid water en bouillonblokjes. Ik zet de pompoenstukjes ruim onder water en doe er dus 3, 4 of 5 bouillonblokjes bij.
Daaraan voeg je de gesneden ui en de knoflook in teentjes toe.
Het meest essentiële van de pompoensoep is de gember. Voor mij geen pompoensoep zonder gember. Ik gebruik altijd een stuk zo groot als de muis van m’n hand. Die schil ik en voeg ik in stukken gesneden toe aan de soep (als je van pittig houdt, dan kun je ook een gesneden rood pepertje toevoegen).
Dit alles laat ik altijd minstens een uur zachtjes pruttelen. Tot de pompoen gaar is dus.
Als ik een restje gekookte aardappel over heb (of aardappelpuree) dan doe ik dit op het laatste moment bij de soep.
Daarna pureer je de soep met een staafmixer.
In principe is de soep nu klaar en lekker (op smaak brengen met zout en peper), maar je kunt ‘m eventueel serveren met verse koriander en een schep crème fraîche. OF een scheut yoghurt. Ik heb ook wel eens een blik kokosmelk toegevoegd. Ook wel eens meer knoflook. Meer ui. Gewone melk. En ik heb het ook wel eens met kruidenbouillonblokjes gemaakt (en dan is het een volledig vegetarisch soepje). Het enige wat voor mij dus écht heel erg belangrijk en onmisbaar is bij pompoensoep is de verse gember.