Restaurant De Vliegende Schotel

“Het is heel gezond, maar niet zo lekker”, zegt mijn vriendin M. terwijl ze met een net-geperst-sapje in haar handen staat, “wil je ook?”
“Jesus, M., wat heb je erin gedaan?”, vraag ik terwijl m’n neus samenknijp als ik aan haar sapje ruik.
“Gewoon, een handje druiven, 3 knoflookteentjes, sinasappelsap, yoghurt, kiwi, een stuk kool, een schep havermout en wat hazelnoten.”
“Eh, heb je dat allemaal tegelijk in de blender gedaan?”
“Ja, is toch gezond?”

Ik ken mijn vriendinnetje M. al bijna 15 jaar en bovenstaande anekdote van een jaar of 8 geleden illustreert wel zo’n beetje hoe zij kooktechnisch door het leven gaat; ze vindt gezond eten belangrijk, maar koken is niet haar sterkste kant. Ze heeft inmiddels een dochtertje gekregen wat gek is op eten en samen koken en zij ziet dat als een leuke grap van het universum.

M. en ik zijn elkaar een paar jaar uit het oog verloren, maar hebben elkaar inmiddels weer gevonden. Ik zag haar gisteren en hoewel ik best benieuwd ben of ze in die paar jaar heeft leren koken nam ze me uit eten. Ze is net verhuisd naar een appartement in de Jordaan en eet regelmatig bij De Vliegende Schotel, het oudste vegetarische restaurant van Amsterdam. Of ik daar zin in had?

Daar had ik zeker wel zin in, maar toen ik op weg naar haar appartement langs restaurant De Vliegende Schotel kwam en even naar binnen koekeloerde had ik toch iets minder zin. Het restaurant lag er nogal eh, bouwvallig bij. Niks aan de buitenkant nodigde uit tot een lekker hapje. En niks aan de binnenkant ook. Het zag eruit als een restaurant waar dat mannetje van De Smaakpolitie een hele leuke uitzending zou kunnen hebben. “Weet je zeker dat je nog naar De Vliegende Schotel wil?”, vroeg M. nadat we bij haar thuis koffie hadden gedronken. “Eh”, twijfelde ik, “eh.” Ik telde M.’s hypergezonde levensstijl op bij het achenebbisj uiterlijk van het restaurant en besloot dat je af en toe gewoon je life eens to the max moet leven. “Nee, als jij zegt dat het lekker is, dan vertrouw ik daarop”, zei ik.

In De Vliegende Schotel heeft de tijd stil gestaan.

Een dik snoer kerstverlichting zorgt voor wat sfeer (althans, de poging is leuk), de tafels matchen niet met de stoelen (of weer wel, want allemaal in gekkige kleuren geschilderd), er liggen Perzische tapijten op de vloer, er hangen kitsche schilderijen all over the place en het voelt allemaal een beetje viezig aan. Een beetje alsof het er niet alleen uitziet alsof je terug bent in de jaren ’70, maar alsof ook het stof uit die jaren er nog ligt. Het voelt er, kortom, heel erg geitenwollen-sokken. Heel eh, bijzonder. Ergens staan 3 bakken met kattenvoer op de grond en ik lees op internet bij andere recensies dat dat als niet-hygiĆ«nisch wordt ervaren; een poes in een restaurant. Ik heb zelf 3 katten en vind een poes in een restaurant juist gezellig. Lekker huiselijk. Waarom zou je wel bij iemand die thuis katten heeft kunnen eten, maar niet in een restaurant? Alsof zo’n kat op je bord schijt voordat je gaat eten? En een kattenhaar in je eten? Ach, is goed voor de weerstand.

vliegendeschotel

Ik bestelde een appel-wortel-gember sapje, net als M., want die heeft dus verstand van sapjes en als je voor de vega-experience gaat, dan moet je het goed doen. Als hoofdgerecht had ik de ‘rijke Marokkaanse stoofschotel met tal van groenten geserveerd met couscous en scherpe harissasaus’ en als toetje 2 kopjes yogi-thee.

Alles was vers en biologisch en ik heb nog nooit in m’n leven zo ontzettend lekker vegetarisch gegeten. Ik heb zelfs lekkerder gegeten dan in menig gewoon restaurant, omdat je proeft dat er met aandacht en liefde is gekookt. En gelukkig kwam de poes des restaurants aan het einde van onze maaltijd ook nog even act de presence geven.

www.devliegendeschotel.com