Tielsche Stoverij

Mijn oma, de moeder van mijn moeder, maakte altijd hachee voor ons (en met ons bedoel ik dan mijn vader, mijn moeder en mij, want mijn oma is alweer 20 jaar overleden). Geen idee hoe ze het maakte, maar ik neem aan op de ouderwetse manier en niet met een zakje hacheekruiden van Silvo. Mijn moeder zal het recept voor hachee best van haar hebben geleerd, maar ik heb m’n moeder ook wel eens met zo’n Silvo-zakje in de weer gezien. Niks mis mee overigens en ik heb ze jaren geleden ook gebruikt toen ik voor de eerste keer hachee maakte (en toen was ik héél trots op mezelf). Maar sinds ik het een keer volgens onderstaand recept maakte, wil ik eigenlijk nooit meer wat anders. Ik noem het Tielsche Stoverij, omdat zowel het vlees als de uien van een boer hier uit Tiel komen, maar eigenlijk is het dus gewoon hachee, of stoofvlees, op de manier zoals ik het maak. Het is niet moeilijk, je moet er alleen de tijd voor nemen.

tielschestoverij

Ingrediënten (voor 4 personen):
1,5 kilo runderriblappen
125 gram roomboter
1 kilo uien
2 flesjes bruin bier
1 eetlepel honing
2 eetlepels balsamicoazijn
5 laurierblaadjes
6 kruidnagelen
beetje foelie (niet noodzakelijk)
1 runderbouillonblokje
peper en zout

Snij in het vlees in grove stukken (hoe kleiner je het snijdt, hoe eerder de hachee klaar is) en bestrooi alles met zout en peper.
Smelt de roomboter in de pan en bak het vlees aan (zodat alles is dichtgeschroeid, maar het moet geen harde korst krijgen).
Snij de uien in grove stukken, de knoflook in kleine stukjes en bak alles even mee met het vlees.
Blus alles af met het bier.
Doe nu de rest van de ingrediënten erbij (de kruiden kun je in een thee-ei doen, zodat je die er later weer gemakkelijk uit kunt halen).
Dit laat je allemaal minstens 3 uur zachtjes pruttelen. Ik heb het uiteindelijk pas na 6 uur van het vuur gehaald, zodat de stukken vlees bijna smelten in je mond.
Als de hachee te dik dreigt te worden, dan kun je eventueel tussendoor wat water toevoegen. Is de hachee op het einde te dun, dan kun je er een plak (of meerdere) ontbijtkoek door doen om alles te binden.
Je kan dit, heel Hollands, met aardappelen en rode kool met appeltjes eten, maar ik vind het zelf ook erg lekker met rijst.



Bulgur salade

“Ik heb het vlees niet eens gemist”, zegt de verkering.
“Echt niet?”, vraag ik.
“Nee, nee, niet echt, nou ja, het had wel gekund, maar eigenlijk is dit zo ook wel een volledige maaltijd.”
“Ik hoef niet elke dag vlees.”
“En dit is ook wel lekker in de zomer voor bij de barbecue.”
“Ja, voor bij een merquez-worstje.”
“Ja, een merquez-worstje erbij was eigenlijk wel lekker geweest.”

bulgursalade

Ingrediënten (voor 2 personen):
200 gram bulgur
1 ui
3 tomaten
1/2 komkommer
verse peterselie
verse munt
1/2 eetlepel paprikapoeder
beetje citroensap
olijfolie
+/- 100 gram Turkse witte kaas (Beyaz Peynir) (of feta)
peper en zout

Overgiet de bulgur met ongeveer 300 milliliter kokend water en laat dit staan totdat de bulgur gaar is geworden. Tussendoor alles even los roeren, eventueel wat extra heet water erbij. Ik doe dit altijd op gevoel, maar op elke bulgur-verpakking staat gelukkig ook hoe je het klaar moet maken, want je kan het dus ook koken. Bulgur is in ieder geval hartstikke gezond en het heeft een lichte notensmaak.
Snij daarna alle groenten in kleine stukjes en meng het door de (afgekoelde) bulgur.
Snij de kruiden en meng ook deze door de bulgur.
Breng alles op smaak met de paprikapoeder, peper, zout, citroensap en olijfolie. Steeds een beetje van dit en dat en ondertussen veel proeven.
Op het laatst doe je de Beyaz Peynir erdoor. Dit is dus een Turkse, witte kaas, die te vergelijken is met feta. Ze verkopen het bij de Turkse supermarkt in blikken in de koeling. Als je geen Beyaz Peynir kan vinden, dan kun je ook wat feta boven de salade verkruimelen en erdoor roeren.
Prima maaltijdsalade dus. Maar een merquez-worstje erbij is ook best leuk.



Pittige pastasaus met makreel

Dit is een hele snelle pastasaus, gebaseerd op de Italiaanse pasta arrabiata. ‘Arrabiata’ betekent boos of kwaad in het Italiaans en een pasta arrabiata is dan ook een pastasaus die naast tomaten ook met rode pepers wordt gemaakt. Lekker pittig dus. Aangezien ik nooit standaard rode pepers in huis heb, maar wel een flesje sambal oelek, doe ik er gewoon sambal door. Ietsje anders, net zo lekker (foodsnobs zullen waarschijnlijk zeggen dat dat dus echt niet kan; een pasta arrabiata met sambal en dat je dus echt wel verschil proeft, maar ik proef weinig verschil). De verse peterselie zou ik alleen niet vervangen door peterselie uit een potje, want juist de verse peterselie maakt dit gerecht helemaal af (en het verschil tussen peterselie uit een potje en verse peterselie proef ik dus wel).

pastamakreel

Ingrediënten (voor 2 personen):
100 gram gerookte makreel
1 klein blikje tomatenpuree
2 grote tomaten of een handje cherrytomaatjes
1 teentje knoflook
1 ui
1/2 eetlepel sambal oelek
handje verse peterselie
200 gram spaghetti (of andere pasta)
olijfolie
peper en zout

Snij de ui en de knoflook en bak ze even aan in wat olijfolie en doe er als de ui lichtbruin kleurt de tomaten en het blikje tomatenpuree bij.
Ondertussen kook je de pasta gaar volgens de aanwijzigen op de verpakking.
Doe de sambal en de makreel bij de pastasaus (als de saus te dik wordt, dan kun je wat water toevoegen). Paar minuutjes op zacht vuur laten staan.
Op smaak brengen met peper en zout (of als je van extra pittig houdt, doe je er nog wat sambal bij).
Rijkelijk bestrooien met de verse peterselie.



Rode kool

Tot 2 jaar terug had ik nog nooit zelf rode kool gemaakt. En rode kool uit een potje (of eigenlijk welke groente dan ook uit een potje) vind ik niet lekker. M’n vader haalt altijd aardappels bij een boer in de buurt en neemt dan meteen voor ons een zak mee. Toen ik een keertje met ‘m meereed zag ik dat de boer ook rode en witte kolen verkocht. “Maar 1 euro? Voor zo’n grote rode kool?”, vroeg ik verbaasd. “Ja, die verbouwd hij ook, het geld kun je gewoon hier in het busje doen”, zei m’n vader. Op de terugweg reden we langs een grote paars veld, vol met rode kolen. Prachtig. Sindsdien eten we regelmatig rode kool.

rodekool

Het idee voor dit recept komt uit het boek Kook met Jamie van Jamie Oliver. Ik heb het alleen wat aangepast, omdat ik de hoeveelheid balsamico-azijn die hij gebruikt (150 milliliter) teveel vond. De rode kool werd daardoor wat zurig (ik vond het op zich wel lekker, maar van mijn tafelgenoten mocht het wel wat zoeter). Daarom; minder balsamico-azijn, extra suiker, wat kaneel en een extra appel.

Ingrediënten:
1 rode kool
1 eetlepel venkelzaad
150 gram spekjes
1 ui
3 eetlepels balsamico-azijn
3 appels
2 eetlepels suiker
1theelepel kaneel

Bak de spekjes in wat roomboter en met het venkelzaad.
Doe de gesneden ui erbij en laat dit bakken tot de ui goudbruin is.
Doe nu de in dunne reepjes gesneden rode kool erbij, samen met de appels (ook in stukjes uiteraard), de suiker, de kaneel en de balsamico-azijn.
Dit alles laat je op een zacht pitje minstens een uur pruttelen terwijl je regelmatig roert.
Proef zelf ondertussen of de rode kool gaar is en of je er nog wat extra suiker (of balsamico-azijn) bij wil.



Tielsche sudderlapjes

Niks smaakt zo naar vroeger als een goed klaargemaakt sudderlapje! Mijn moeder maakte ze vroeger natuurlijk ook, maar ik heb vooral een jeugdherinnering aan die ene keer dat ik bij mijn tante Hilda en ome Jan mee at. Ze aten aardappels, groente en vlees, maar, heel anders dan bij ons thuis werd het vlees pas als laatste gegeten. Dus eerst je aardappels en groente en daarna mocht je pas je vlees. Het ‘lekkerst’ pas voor het laatst. Tante Hilda had dus sudderlapjes gemaakt en omdat ik het zo raar vond om te moeten wachten op het vlees ben ik het nooit vergeten.

tielschebraadlapjes

Onderstaand recept is niet typisch Tiels, maar volgens mij gewoon de ouderwetse manier om sudderlapjes, of draadjesvlees, klaar te maken. Ik noem het Tielsche sudderlapjes omdat het rundvlees dat wij in huis hebben en gebruiken altijd van onze ‘eigen koe’ komt. Zo’n 2 tot 3 keer per jaar kopen wij 1/10 koe (zo’n 35 kilo), van onze eigen Tielse boer. Deze veehouder heeft maar een klein aantal koeien dat met liefde wordt grootgebracht. Ze worden trouwens ook met liefde en zorg geslacht door een Tielse slager. Prachtig vlees. 100% biologisch. En dus 100% Tiels.

Ingrediënten:
750 gram braadlapjes (of sukadelapjes, of riblappen)
100 gram roomboter
2 uien
2 tomaten (of 1 klein blikje tomatenpuree)
500 milliliter rundvleesbouillon (van blokje)
5 kruidnagelen
3 eetlepels azijn
3 laurierblaadjes
peper en zout

Wrijf de braadlapjes in met zout en peper.
Laat de roomboter bruin worden in een pan met dikke bodem en bak de braadlapjes aan beide zijden bruin.
Snij de ui en de tomaat in stukjes en doe ze in de pan en bak ze even mee.
Voeg nu de warme rundvleesbouillon toe, samen met de azijn, 3 laurierblaadjes en de kruidnagel toe.
Extra tip; gebruik een thee-ei om de laurierblaadjes en kruidnagelen in te doen. Dit thee-ei laat je dan in een stoofschotel bungelen en haal je aan het einde van de bereidingstijd eruit. Zo hoef je niet te gaan zoeken naar de laurierblaadjes (al zijn die vaak gemakkelijk te vinden) of kruidnagelen (die zijn moeilijker te vinden en die wil je niet per ongeluk tussen je tanden krijgen).
Leg nu een deksel op de pan en laat dit alles minstens 3 uur sudderen.
Verwijder het thee-ie (of als je die niet hebt gebruikt; ga op zoek naar het laurierblad en de kruidnagelen).
Lekker met aardappelen en groenten (bloemkool bijvoorbeeld).



Erwtensoep

Een echte Hollandse vrouw (m/v) moet een grote pan erwtensoep kunnen maken. En dan niet door het opentrekken van een blik, maar door zelf een paar uur in de keuken te staan. Want… voor erwtensoep moet je de tijd nemen. Liefde, 100% procent pure liefde moet erin. En spliterwten. En vlees, heel veel vlees. Van een kom erwtensoep word je blij! Van een kom zelfgemaakte erwtensoep krijg je het Unox-gevoel, maar dan zonder Unox! En als ik een pan erwtensoep heb gemaakt voel ik me trots! Trots op mezelf! Trots op Nederland! Trots op mijn koude, vlakke land, waar alle ingrediënten vandaan komen!

erwtensoep

Erwtensoep is ideaal om in te vriezen en daarom maak ik altijd heel veel (oh, dat doe ik eigenlijk altijd). Vandaag (of eigenlijk gisteren) begon ik met het maken van 10 liter en in principe zou dat voldoende zijn voor 20 personen (want een normale portie is zo’n 500 milliliter per persoon). Normaal gesproken maak ik erwtensoep altijd met karbonades, maar deze keer heb ik ‘m (heel decadent) met runderschenkel gemaakt (want de diepvries moet leeg, maar ja, al die liters erwtensoep moeten ook weer worden ingevroren, oh, wat een decadente dilemma’s).

Ingrediënten (voor dus 20 porties):
2 pakken spliterwten (totaal 1 kilo dus)
1 kilo karbonades (of dus runderschenkel)
100 gram zuurkoolspek (met zwoerd)
2 knolselderijknollen
1 kilo prei
4 uien
1 kilo wortelen
500 gram aardappelen
4 rookworsten
bosje bladselderij

Doe de spliterwten in een zeef en spoel ze af met water. Doe ze in een grote pan, samen met het vlees en voeg ongeveer 4 liter water toe. Breng dit aan de kook. Als het kookt komt er een schuimlaag op en die schep je eraf (en gooi je weg). Het kan zijn dat je dit een paar keer moet herhalen.
Ik laat dit altijd een paar uur zachtjes opstaan (minstens 2 uur) en roer om de 15 minuten even in de pan, zodat er niks aan de bodem aanbakt. De erwten moeten echt stuk gekookt zijn, dus dit kan ook 3 uur duren. Het vlees moet van de botten af vallen.
Ik zet nu de pan een nachtje buiten, zodat alles zo snel mogelijk afkoelt.
De volgende ochtend zet ik de pan weer zachtjes op.
Als het weer zachtjes kookt haal je alle botten uit de soep en snij je het vlees klein (hoe je dit doet moet je zelf even uitproberen, je krijgt hoe dan ook vieze handen).
Nu snijd je alle groenten en dit is een tijdrovende bezigheid (ondertussen kun je mooi mediteren). Vooral met het snijden (en eerst schillen) van de knolselderij ben je wel even bezig. Alle groenten doe je nu bij de soep en dit laat je gewoon weer een paar uur zachtjes pruttelen.
Normaal gesproken koop je dus een knolselderij waar de bladselderij nog aan zit. Helaas knippen ze die bij de Albert Heijn eraf en verkopen de ze de knolselderij en de bladselderij los van elkaar (stom!), waardoor ik de bladselderij was vergeten. Geen groot drama.
Bij mij stond alles de hele dag op het laagste pitje (van 9:00 tot 17:00) en ik roerde om het kwartier even in de pan. Als het te dik wordt doe je er wat water bij.
In het laatste uur doe je de in plakjes gesneden rookworst erbij (en dan geen magere rookworst, maar gewone boerenrookworst). En om geen ellende aan tafel te krijgen (“Jij hebt veel meer worst dan ik, het is niet eerlijk!”), doe ik er dus 4 rookworsten in. Decadent, ja. Lekker, ja!

Maar waarom je aan bovenstaand recept houden? Op elk doosje spliterwten staat het recept voor een typische Oud-Hollandsche pan snert. Mijn tips; blijf bij je pan, blijf roeren, voeg water toe als het te dik wordt en vooral; doe er heel veel rookworst in. En liefde, heel veel liefde.



Tikki Massala met vis

Onze diepvries is nogal vol. Dit komt door mijn hamster-kwaliteiten (“Oh, maar het bladerdeeg is nu in de aanbieding.”), de frituur-liefde van de verkering (“Hadden we nou nog frikadellen in de diepvries, nee, volgens mij niet, en anders hebben we gewoon een extra doos.”) en omdat ik altijd teveel kook (“Ah, dan hebben we gewoon wat bakjes boerenkool in de vriezer, altijd makkelijk.”). Vandaag was het tijd om wat ruimte te maken in de vriezer en ik vond kabeljauw, pangasiusfilet en doperwtjes. In de koelkast stond nog een halve pot Tikki Massala-kruidenpasta van Patak’s (en die moest ook op), dus het werd een heel gemakkelijke Indiase maaltijd, die binnen een kwartier op tafel stond.

tikkimasalavis

Ingrediënten (voor 4 personen):
750 visfilet (kabeljauw, tilapiafilet, koolvis of pangasiusfilet)
3 preien
300 gram diepvriesdoperwtjes
1 blik kokosmelk
1/2 pot Patak’s Tikki Massala kruidenpasta (of ander merk natuurlijk)

Snij de prei in ringen en bak ze zachtjes in wat zonnebloemolie.
Doe er nu de Tikki Massala kruidenpasta bij en roer het even door. Je kan variëren met de hoeveelheid kruidenpasta, dus misschien vind je een half potje teveel (en hoe sterk andere merken smaken weet ik ook niet, ik gebruik ook meestal geen potjes of zakjes, maar deze pot had ik nog staan (waarom eigenlijk?)). Je kan beter met 1 eetlepel beginnen en als het te flauw smaakt doe je er nog een eetlepel bij.
Doe het blik kokosmelk erbij en laat alles rustig doorkoken.
Voeg nu de vis toe. Ik doe die vis er trouwens gewoon bevroren bij (uiteraard wel in stukken gehakt).
Als de vis gaar is, dan doe je er de doperwtjes bij.
En als de doperwtjes gaar zijn is het klaar.
Lekker met rijst.



Boerenkooltaart

Boerenkool; altijd lekker en vooral niet duur. Een typisch gerecht voor een doordeweekse, winterse dinsdag, maar ik kwam ooit in de Allerhande een heel leuk idee tegen om een doodordinaire stamppot boerenkool om te toveren tot een gerecht dat je met succes ook aan je vrienden voor kunt schotelen als ze bij je komen eten; maak er een taart van. Echte vrienden moeten trouwens ook blij zijn met een stamppot boerenkool die niet tot een taart is omgetoverd, maar met een taart scoor je bonuspunten!

boerenkooltaartIngrediënten (voor 6 personen):
1 kilo boerenkool
2 kilo aardappelen
2 rookworsten
500 gram spekjes
grote springvorm (26 centimeter doorsnede)
kleinere springvorm (14 centimeter doorsnede)
100 gram roomboter
peper en zout

Schil de aardappel en snijd ze in stukken. Leg deze onderin een pan, daarboven op de boerenkool en daar weer bovenop de rookworsten. Laat alles gaar worden met het deksel op de pan. Als de aardappels gaar zijn, dan is de boerenkool ook gaar.
Bak ondertussen de spekjes krokant, doe ze in een schaaltje en giet eventueel het vet af (als je van light houdt).
Stamp de boerenkool samen met de aardappelen, de helft van de gebakken spekjes en de roomboter (of voor de light versie: beetje melk) tot een stamppot en zorg dat dit warm blijft (deksel dus terug op de pan).
Snijd de ene rookworst in plakjes en de andere rookworst in halve plakjes.
Nu ga je dus de taart in elkaar zetten en dit is een karweitje wat je snel, maar doeltreffend aan moet pakken! Je moet vooral even schijt hebben aan de afwas en misschien is het ook handig dat je tafelgenoten al aan tafel zitten.
Je doet boerenkool in de grote springvorm en drukt alles goed aan. Deze draai je om op een plank of groot bord. Je doet ook boerenkool in de kleinere springvorm, drukt alles weer goed aan en zet deze bovenop het gedeelte boerenkool wat al op de plank staat. Eventueel kun je nog voor een derde, kleiner springvormpje kiezen, zodat de taart 3 lagen wordt. Als je geen springvorm hebt, dan kun je ook een grote schaal gebruiken.
Nu ga je de taart versieren met de stukjes rookworst en de overgebleven spekjes. Laat hier je fantasie de vrije loop, maar zorg wel dat het er enigszins gestructureerd uit ziet.
Meteen aan tafel!
Uiteraard heb je ook tussendoor een pan gehaktballen of ander vlees met veel jus gemaakt, want… bij boerenkool hoort jus!



Bobotie Luna Style

De eerste keer dat ik (wie niet trouwens) kennis maakte met bobotie was uit een pakje van de Knorr: Zuid-Afrikaanse Bobotie (ovenschotel met gehakt en appel). Een zakje waar je dan 350 g gehakt, 350 g sperziebonen, 1 groene appel, 125 ml crème fraîche en water toe moet voegen. Het zakje rijst met rozijntjes krijg je er ook bij trouwens. Ik vond het lekker en ging op zoek naar een recept om het helemaal zelf te maken, zonder zakje van de Knorr. Ik kwam erachter dat het een Zuid-Afrikaans gerecht is dat bestaat uit gehakt en specerijen met een ei, melk en kurkuma-laag. En ik kwam er ook achter dat er heel veel recepten online zijn te vinden en dat iedereen claimt dat hun recept het enige, echte, originele recept voor bobotie is. Dat sommige het met chutney maken, of met amandeltjes, met rozijnen, zonder rozijnen, met een laagje aardappelpuree en dan in de oven, met lamsgehakt, met rundergehakt, met gember of zonder gember of met banaan, want appels schijnen in een authentiek Zuid-Afrikaans recept niet te kunnen. Ik heb in de afgelopen jaren m’n eigen versie gecreëerd, met appel, want dat geeft het gerecht gewoon een lekker friszurig tintje. En zonder rozijnen, want daar houd ik niet zo van, maar die kun je er zelf uiteraard wel door doen als het je lekker lijkt. Ik maak het altijd in een ruime hoeveelheid, want dit is typische invries-maaltijd (en het spreekt voor zich dat je de ingrediënten kunt halveren).

bobotie

Ingrediënten (voor 8 personen):
1 kilo sperzieboontjes
1 kilo rundergehakt
3 uien
1 eetlepel kerriepoeder
1 eetlepel kerrie masala
500 milliliter runderbouillon (van een blokje)
250 milliliter melk
1 kilo vastkokende aardappelen
2 Granny Smith-appelen
3 laurierblaadjes
200 milliliter crème fraîche
peper en zout

Snij de ui in kleine stukjes en bak de ui, samen met het gehakt aan.
Doe hier de kruiden bij en de melk en laat dit zachtjes pruttelen (minstens een half uur).
Kook nu de sperzieboontjes beetgaar. Ik haal de topjes altijd van de sperzieboontjes door ze eraf te knippen met een schaar; gaat een stuk sneller dan snijden. Zet de boontjes apart.
Schil en was de aardappelen en snijd ze in kleine blokjes.
Doe nu de aardappelen en de runderbouillon bij het gehaktmengsel en laat de aardappelen hierin zachtjes gaar worden. Ik check altijd om de 5 minuten of er eventueel nog wat water bij moet (meestal is dit wel zo op het einde (kan wel een uurtje duren voordat de aardappelen gaar zijn).
Proef zelf of er nog wat kerrie of kerrie masala bij moet (dit is dus puur persoonlijk).
Haal de laurierblaadjes eruit en voeg de in stukjes gesneden Granny Smith’s toe en laat ze even mee verwarmen. Doe dan de boontjes en de crème fraîche erbij.
Serveer de bobotie met witte rijst en een hardgekookt ei.



Spruitjesstamppot

Jaren terug hadden de verkering en ik een etentje van FOXY magazine, een tijdschrift waar ik al meer dan 12 jaar voor schrijf. Er was een vast menu en we konden voor het hoofdgerecht kiezen uit een hertenbiefstukje met spruitjes of een zalmmoot met Oosterse groenten. “Ieuw, spruitjes”, zei ik. “Nee joh, hartstikke lekker”, zei de verkering. En hoewel ik er vaak niet tegen kan dat hij me dwingt om ergens een hapje van te nemen (Hij: “Neem nou een hapje, neem, neem, toe nou, toe nou, neem nou een hapje.” Ik: “Ik weet hoe het smaakt!!!!!!! Ik heb geen honger!!!!!!”), ben ik tot op de dag van vandaag blij dat hij me toen een hap spruitjes onder m’n neus duwde. Uiteindelijk at ik zijn bord leeg: “Eigen schuld, dan had je me maar niet moeten laten proeven.”

spruitjesstamppot

Sindsdien eten we regelmatig spruitjesstamppot. Waar ik vroeger met een grote boog omheen liep, wordt nu met groot plezier in de winter weer ontdekt; “Jippie, ze hebben weer spruitjes.” We maken thuis soms de cheap versie (met alleen spekjes en ui) of de luxe versie (met brie en pijnboompitjes). Ik denk dat het geheim zit in het roerbakken in plaats van het koken van de spruitjes.

Ingrediënten (voor 2 personen die gek op spruitjes zijn):

500 gram spruitjes
1 kilo aardappelen
1 grote ui
250 gram spekjes
roomboter

voor de luxe versie:
een stukje brie
2 eetlepels pijnboompitjes

Schil de aardappelen, kook ze gaar en stamp er aardappelpuree van. Ik doe hier zelf nooit zou bij, omdat er uiteindelijk ook spekjes door de stamppot komen en dan is het al vaak te zout.
Maak de spruitjes schoon door het kontje eraf te snijden en de buitenste blaadjes te verwijderen (alle bruine blaadjes moeten eraf). Snij de spruitjes nu in 4-en.
Snij de ui in kleine stukjes.
Roerbak nu de spruitjes, samen met de ui en de spekjes tot de spruitjes gaar zijn (ik proef altijd of ze gaar zijn, ik let bij recepten zelf nooit exact op de tijd, ik kook op gevoel en smaak, maar ik denk dat je de spruitjes zo’n 15 minuten zachtjes moet roerbakken).
Voeg nu de spruitjes samen met de aardappelpuree. Meestal is alles al smeuïg genoeg, maar je kunt er eventueel een scheutje melk bij doen.
Voor de luxe versie doe je de spruitjesstamppot in een ovenschaal en beleg je alles met dun gesneden plakjes brie. Dit zet je even onder de grill (of gewoon in de oven op 180°) tot de brie gesmolten is. Ondertussen rooster je de pijnboompitjes en als de brie gesmolten is strooi je die over de stamppot.