Mexicaans rundvlees met chocolade

Meestal als ik Mexicaans kook, maak ik verschillende pannen; eentje met kip, eentje met gehakt, eentje met vis en eentje met rundvlees. En… meestal doe ik maar wat. Ik gooi alle blikken bonen en mais die ik nog over heb erbij, rode paprika of groene paprika (welke er nog over is van het stoplicht) en ook m’n kruiden (koriander, komijn, paprikapoeder, etc.) weeg ik niet af. Het wordt altijd lekker. Maar… toen ik dit gerecht ging maken (ik had 5 verschillende recepten van Mexicaans rundvlees met chocolade uitgeprint van internet) had ik meteen het vermoeden; dit kan wel eens extra lekker gaan worden, dus laat ik alles maar eens een keer uitschrijven. Dat deed ik en mijn vermoeden bleek juist; de rest van de pannen zat nog half-vol (lekker in de diepvries), maar de pan met dit gestoofde Mexicaanse rundvlees was zo goed als leeg. Want… Goddelijk.

mexicaans rundvlees met chocolade

Ingrediënten (voor 6 personen):
1 kilo riblappen (in grove stukken)
3 uien (in grove stukken)
3 teentjes knoflook
2 theelepels paprikapoeder
1 theelepel komijn
1 theelepel oregano
1/4 theelepel chilipoeder
2 laurierblaadjes
1 theelepel koriander
1 blik tomatenblokjes
500 milliliter rundvleesbouillon (van tablet)
50 gram pure chocolade
zonnebloemolie
zout en peper

Bak de riblappen in een grote braadpan aan in wat zonnebloemolie.
Doe de uien en de knoflook erbij en bak even mee.
Doe dan alle kruiden erbij en bak ook dit even mee.
Tomatenblokjes, rundvleesbouillon en laurierblaadjes erbij.
En dan de chocolade erbij. Ik had toevallig nog een stukje chocolade met chili, maar gewone pure chocolade is prima.
Dit laat je dan een paar uur zachtjes stoven (minstens 3 uur) en tussendoor vooral veel roeren.
Proeven of er nog wat zout, peper of 1 van de andere kruiden bij moet (waarschijnlijk niet).
Lekker met alleen rijst, maar je kunt ook volledig Mexicaans uitpakken met tortilla’s, crème fraîche en guacomole.



VISLASAGNE

We gingen vorig weekend naar mijn schoonvaders in Groningen en nu is dit sowieso al reden voor een feestje, dit keer was het helemaal feest! Schoonpa J. had zaterdagavond een vislasagne gemaakt en die was zo lekker! Zo ontzettend lekker dat ik zondagochtend om 7:00 al een uur wakker lag en alleen maar kon denken aan het overgebleven stukje vislasagne dat nog in de koelkast stond. Dat stukje moest en zou ik hebben en om 8:00 werd dit stukje keurig door schoonpa F. in de magnetron gezet, zodat ik nog een keer kon genieten van deze Goddelijkheid!

vislasagne

Uiteraard verliet ik Groningen niet nadat ik het recept had gekregen! Dit recept is een Allerhande-recept en staat gewoon op de website van Albert Heijn (HIER). Ik maakte het een week later zelf en veranderde iets aan de hoeveelheid van de vis, maar verder volgde ik volledig het recept. Het is een enigszins bewerkelijke lasagne (maar eigenlijk is lasagne altijd bewerkelijk) (als je de saus tenminste zelf maakt) en het is ook een machtige lasagne, maar hij is ongelooflijk rijk van smaak. Hij is trouwens ook best wel duur, want met 3 soorten vis, maar hij is elke euro meer dan waard en als je de ingrediënten bij de LIDL haalt valt het best nog wel mee.

Ik maakte ook een ovenschaaltje voor mijn ouders en m’n moeder belde me nog geen minuut nadat ze klaar waren met eten op om te zeggen dat ze dit wel elke week zou willen en dat ze de schaal nog net niet hadden uitgelikt. “Ik geef ‘m 1000 punten”, zei m’n moeder. Ik ook.

Ingrediënten (voor 6 personen)
100 g roomboter
75 g bloem
1 liter visbouillon (van tablet)
7½ gram verse dille
4 preien
250 g mascarpone
375 gram lasagnevellen
500 gram kabeljauwfilet (uit de diepvries) (maar wel ontdooid!!!)
200 g gerookte zalm
100 gram Hollandse garnalen

Verwarm de oven voor op 200°.
Smelt de roomboter in een pan. Voeg de bloem toe en laat al roerend 5 minuten zachtjes garen. Vooral blijven roeren! Voeg de bouillon geleidelijk toe (dus steeds 100 milliliter) als de bloem begint te kleuren. Breng aan de kook en laat 10 min. op laag vuur koken. Vooral steeds blijven roeren en niet even weglopen!
Snijd de dille fijn, voeg toe aan de bechamelsaus en breng op smaak met peper en zout.
Was de prei en snijd in halve ringen. Verhit de rest van de boter in een koekenpan en bak de prei een paar minuten op laag vuur tot ze beetgaar zijn. Meng de mascarpone erdoor en voeg peper en zout toe.
Schenk een dunne laag bechamelsaus in de ovenschaal en bedek met lasagnebladen en 1/3 van de prei.
Bedek weer met lasagnebladen, de ontdooide kabeljauwfilet en wat bechamelsaus.
Bedek weer met lasagnebladen, 1/3 van de prei, de zalm en nog wat bechamelsaus.
Bedek weer met lasagnebladen, de rest van de prei en bechamelsaus.
Eindig met lasagnebladen met bechamelsaus en daarop de Hollandse garnaaltjes.
Bak het zo’n 35 tot 40 minuten in de oven (even prikken of de lasagnebladen gaar zijn).



BIGOS (POOLSE STOOFSCHOTEL)

Het is sinds kort de bedoeling dat oppaspuber M. en ik elke week gerechten uit een ander land koken. Zo hebben we Thailand al gehad (met Thaise viskoekjes) en Griekenland (met kofta). Deze week stond Polen op het programma, maar omdat de Poolse stoofschotel (Bigos dus) die ik wilde gaan maken zo’n 4 uur moest stoven en we maar 2 uur de tijd hadden om te koken, heb ik ‘m maar zelf gemaakt. En… het was heerlijk! Een soort Boeuf Bourguignon, maar dan anders. Ik heb het recept uit een Allerhande, maar dan ietsje aangepast (nóg meer vlees). Het is echt een winterse (of herfst) stoofschotel met diepe, intense smaak. “Echt mannenvoer”, zei de echtgenoot. Ik had trouwens zelf van tevoren niet gedacht dat ik het zo lekker zo vinden, want de Poolse keuken klinkt toch een beetje als eh, eh, nou ja, ‘mannenvoer’ waarschijnlijk. Wij aten het met aardappelen, maar de volgende keer eet ik het met brood (zodat we lekker kunnen dopen in de saus). In het oorspronkelijke recept staat dat het voor 4 personen is, maar dat kunnen er gemakkelijk 8 zijn.

bigos

Ingrediënten (voor 8 personen):
500 gram zuurkool
2 grote uien
250 gram champignons
klein wit kooltje (1 kilo)
125 gram gewelde pruimen (zonder pit)
3 teentjes knoflook
1 Gelderse rookworst (of andere rookworst)
1 kilo rib-runderlappen (of ander runderstoofvlees)
500 gram schouderkarbonaadjes
140 milliliter tomatenpuree (2 van die kleine blikjes)
250 milliliter rode wijn
2 laurierblaadjes
peper en zout

Breng de zuurkool met het water aan de kook en laat dit 15 minuten koken. Giet af.
Snij ondertussen de ui en grove stukken, de knoflook in dunne plakjes, de pruimen in 4 stukken, de schoongemaakte champignons door de helft en snijd de witte kool in hele dunne reepjes (of gebruik een schaaf).
Bak dit nu allemaal in wat boter in een grote braadpan (alles komt hier uiteindelijk in, dus hij moet minstens geschikt zijn voor zo’n 6 liter).
Snijd de rib-runderlappen en schouderkarbonades in stukken ter grootte van je duim en bestrooi met peper en zout.
Bak nu het vlees rondom bruin.
Doe het vlees en de zuurkool nu bij het andere koolmengsel.
Doe hier ook de in plakjes gesneden Gelderse rookworst bij en de wijn, de laurierblaadjes, de tomatenpuree en zo’n 500 milliliter water.
Laat dit nu met deksel op de pan zo’n 3 tot 4 uur stoven. Tussendoor regelmatig roeren (en eventueel wat water toevoegen).



Curry van spruitjes met kip en amandelen

Maandag is in huize J. en Luna bijna altijd spruitjesdag (in het spruitjes-seizoen dan hè). De maandagen en dinsdagen zijn vaak de enige dagen dat we met z’n tweetjes eten, op de rest van de dagen is er altijd wel een puber in huis en de pubers lusten geen spruitjes. Helaas. Nu eten we onze spruitjes bijna altijd hetzelfde (gewoon als stamppot (SPRUITJESSTAMPPOT) en dat verveelt mij eigenlijk nooit, maar toch liet ik me een paar weken terug verleiden tot het maken van een spruitjes clafoutis (iets met spruitjes, ricotta, parmezaanse kaas en eieren). Het was een grote deceptie en J. en ik moesten bijna huilen boven onze bordjes, want het was zooooo zonde van die overheerlijke spruitjes.

J. was dan ook matig enthousiast toen ik ‘m vertelde over mijn Twitter-gesprek met meneer Eetschrijver. “Hij zegt dat spruitjes echt lekker zijn met kerrie”, vertelde ik. “Mij lijkt het niks”, zei J., “zal ik gewoon een stamppot maken? We hebben ook nog een lekkere worst in huis.” “Nee, ik wil wat anders, ik wil het, ik wil het! En die meneer Eetschrijver heeft er echt verstand van hoor”, zei ik. De echtgenoot keek me moeilijk aan. “En anders halen we friet”, beloofde ik.

spruitjes indiaas

Ik maakte een curry van spruitjes met kip en amandelen, losjes gebaseerd op het recept van meneer Eetschrijver (dat recept vind je: HIER). En het was GODDELIJK! Werkelijk! De nootachtige smaak van de spruitjes, met de pittige curry madras en het zachte van de room! Hmmmm! En… ook J. vond het heerlijk: “Oh, dit mag je nog wel een keer maken.”

Meneer Eetschrijver gebruikt minder room dan ik (en vervangt ‘m ook wel eens door kokosroom volgens mij) en hij gebruikt cashewnoten, maar de combinatie spruitjes met curry; AWESOME!

Ingrediënten (voor 2 personen):

500 gram spruitjes
250 gram kipfilet
1 ui
2 teentjes knoflook
1 eetlepel curry madras
100 milliliter slagroom
50 gram geschaafde amandelen
beetje koriander

Was de spruitjes en halveer ze.
Snij de kipfilet de ui en knoflook in stukjes.
Doe wat olie in de pan en bak de kipfilet, de ui en de knoflook (ja, dat doe ik gewoon allemaal tegelijk).
Doe daarna de spruitjes erbij en laat dit zo’n 10 minuten zachtjes meebakken (blijven roeren).
Ondertussen rooster je de amandelen (zachtjes) in een koekenpan (hier moet je echt even bij blijven) (als ze geroosterd zijn leg je ze even op een bordje).
Voeg 1 eetlepel curry madras toe aan de spruitjes (ik had een ‘pittige curry madras’-poeder, maar je kan er eventueel nog een theelepel chilipoeder bij doen als je het wat pittiger wil).
Daarna doe je de slagroom erbij en deze laat je even inkoken.
Bestrooien met het geroosterde amandelschaafsel en de koriander.
Lekker met rijst!



Kook de cover: zoetzuur varkensvlees

Ik had bedacht om elke maand ook daadwerkelijk het gerecht dat op de cover van de Allerhande van de maand staat te maken en daar moet ik me dan ook aan houden! Deze maand zijn het Aziatische weken bij de Albert Heijn, dus ook de Allerhande heeft een Aziatisch tintje. Dit zoetzure varkensvlees maakte ik al eerder volgens een vergelijkbaar recept, alleen zat er toen ook vissaus, komkommer en verse gember in, omdat het onderdeel was van een Thaise rijsttafel. Het recept uit de Allerhande beloofd dat je het in 10 minuten op tafel kan hebben en dat is ook zo. Ik gebruikte alleen varkensschnitzels in plaats van varkenshaas, want die zijn natuurlijk stukken goedkoper. En het Allerhande-recept gaat ook uit van kant-en-klaar rijst uit de magnetron, maar dat vind ik helemaal zo’n onzinproduct. Wij hebben thuis altijd een kilozak basmatirijst van de LIDL in huis en die kook je in 8 minuten gaar. Dat is ook heel snel.

zoetzuurvarkensvlees

Ingrediënten (voor 2 personen):
400 g varkensschnitzel (op kamertemperatuur)
2 eetlepels zonnebloemolie
3 eetlepels gembersiroop
1 limoen
2 tenen knoflook (fijngesneden)
200 gram sugarsnaps
250 gram cherrytomaten
250 gram ananasstukjes uit blik
3 bosuitjes (in schuine stukjes)
200 gram snelkookrijst

Kook de rijst volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Snijd de schnitzel in plakjes. Verhit de olie in een wok en bak daarin de schnitzel met 1 eetlepel gembersiroop, het sap van een halve limoen, de knoflook en eventueel zout toe. Roerbak dit tot de schnitzel gaar is en haal het vlees nu even uit de pan.
Doe de sugarsnaps, de rest van de gembersiroop en het sap van de andere helft van de limoen in de wok en roerbak dit zo’n 4 minuten op hoog vuur. Voeg dan de tomaten, de ananasstukjes en de schnitzel toe en roerbak nog 2 minuten.
Strooi de bosui nu over het varkensvlees.
Je kan, als je daarvan houdt, ook eventueel een rood pepertje of wat sambal toevoegen. Maar het is zo ook al heel lekker. En… zoals de Allerhande al zegt; een ‘kids favoriet’. Daarmee bedoelen ze dat kinderen dit heel lekker vinden dus.



Laab Moo (Thais gehakt met citroen)

Ik maakte dit weekend een uitgebreide Thaise rijsttafel en dit gerecht was (voor mij dan in ieder geval) toch wel 1 van de hoogtepunten. Een heel fris, pittig en gekruid gerecht dat ik zeker ook nog een keertje gewoon los ga maken. Ik vond het recept in een oud Albert Heijn-kookboek en ik neem het recept gewoon regelrecht uit het boekje over, want ik heb me voor een keertje dan ook helemaal aan de richtlijnen gehouden. Echt een dikke aanrader!

laabmoo

Ingrediënten:
2 rode uien
2 teentjes knoflook
2 rode pepers
klein bosje munt
3 bosuitjes
1 citroen
3 eetlepels vissaus
6 eetlepels olijfolie
500 gram half-om-half gehakt

Snij de ui in ringen en de knoflook pers de knoflook uit.
Halveer de pepers, verwijder de zaadjes en snij in ringetjes.
Snij de munt in reepjes.
Snij ook de bosuitjes in ringetjes.
Pers de citroen uit en doe de ui, knoflook, pepertjes, munt en bosui bij de uitgeperste citroen. Voeg hier 3 eetlepels olijfolie en de vissaus bij. Dit is de dressing.
Bak nu het gehakt rul en gaar. Breng het op smaak met zout en peper.
Roer de dressing door het gehakt en serveer het direct.
Lekker met rijst!



Kook de cover: boeuf bourguignon

Ik neem de Allerhande altijd mee van de Albert Heijn, want hé, gratis door een leuk kooktijdschrift bladeren; altijd fijn! Ik kook er eigenlijk nooit iets uit, al heb ik stapels met oude Allerhandes en ook stapels uitgescheurde recepten. Tijd om het eens helemaal anders te doen en elke maand het recept dat op de cover staat te koken. En eigenlijk voel ik mij daartoe ook verplicht, want boven het recept van elke maand staat ook in grote letters en in gebiedende wijs; kook de cover. Okay!

boeufbourguignon

De eerste Allerhande die ik tegenkwam was de Allerhande van oktober 2013. Het recept op de cover: boeuf bourguignon! Het is een echt klassiek herfstgerecht (ja, anders staat het niet in het oktober-issue), maar het smaakt ook prima in de winter (en ik zou het ook heerlijk vinden in de lente of de zomer).

Ik heb me volledig aan het recept in de Allerhande gehouden en dat mag eigenlijk een wonder heten (okay, ik heb alle ingrediënten zo ongeveer verdubbeld). Ergens midden in het proces wilde ik alles gewoon bij elkaar flikkeren en daarna laten stoven, maar de verkering heeft mij tegen gehouden en me verplicht om het recept te volgen. Ik weet niet of het daaraan lag, of aan het werkelijk Goddelijk goed smakende biologische rundvlees van onze eigen koe, of de liter rode, of aan de uren stoven, maar ik denk dat dit m’n nieuwe, favoriete recept voor riblappen is! Bijkomend voordeel; het hele huis rook de hele dag heerlijk!

Oh, wacht, nog een extra gratis tip! In het recept moest ik een bouquet garni maken van tijm, peterselie en laurier, maar ik kon geen touw vinden om het aan elkaar te knopen en al die kruiden pasten niet in een thee-ei. “Dan doe je ze toch in een koffiefilter?”, zei de verkering. Top-tip. Koffiefilter met kruiden erin, dichtvouwen en bij de rest van het gerecht voegen. Voordat je alles opdient wel even het koffiefilter verwijderen, want een koffiefilter staat toch iets minder chique dan een bouquet garni.

Ingrediënten (voor 4 personen):
750 gram riblappen in blokjes van 2 x 2 centimeter
2 uien in ringen
250 winterwortel in plakjes
3 tenen knoflook in plakjes
750 milliliter rode wijn
180 gram gerookt ontbijtspek
1 blikje tomatenpuree (70 gram)
2 takjes verse tijm
2 laurierblaadjes
20 gram verse peterselie
250 gram champignons
1 potje zilveruitjes (340 gram)
keukentouw

Meng in een kom het rundvlees met de ui, winterpeen en knoflook en schenk de wijn erover. Laat minimaal 2 uur afgedekt in de koelkast marineren. Neem alles 30 minuten voor gebruik uit de koelkast. Schep het vlees vlak voor gebruik uit de marinade en dep droog met keukenpapier.
Snijd het ontbijtspek in reepjes en bak het in een braadpan zonder olie of boter op laag vuur in 10 min. uit. Schep uit de pan.
Doe het rundvlees in de pan en bak het goudbruin in het spekvet. Schep uit de pan.
Schep de groenten uit de marinade, doe in dezelfde pan en bak zachtjes 5 min. Voeg de tomatenpuree toe en bak 1 min. mee. Voeg het rundvlees, het spek en de marinade toe en breng zachtjes aan de kook.
Bind ondertussen de tijm, laurierblaadjes en de helft van de peterselie bij elkaar met een stukje keukentouw. Voeg dit bouquet garni toe aan het vlees en de groenten. Laat zonder deksel op de pan 2,5 uur zachtjes stoven. Voeg tijdens het stoven wat water toe als er onvoldoende vocht aanwezig is om het vlees in te stoven.
Voeg de champignons toe. Laat de zilveruitjes uitlekken en doe erbij. Laat het vlees en de groenten nog 30 minuten stoven. Is het vlees dan nog niet mals, stoof dan nog 30 minuten.
Snijd de blaadjes van de rest van de peterselie fijn en strooi over de boeuf bourguignon.
Lekker met aardappelpuree.



Hongaarse goulash

“Ik ga goulash maken”, zei ik tegen de verkering.
“Moet je doen, joh”, zei hij.

Ik had ’t nog nooit eerder gemaakt en haalde m’n inspiratie her en der van internet en uit kookboeken. Hij was heerlijk en… uiteraard genoeg voor veel, zodat ik ook een paar bakken in de diepvries heb gezet.

hongaarsegoulash

Ingredienten (voor 8 personen):
1 kilo runderriblap
250 gram spekjes
3 uien
2 blikken gepelde tomaten
2 glazen rode wijn
500 milliliter runderbouillon
1 groene paprika
1 rode paprika
1 gele paprika
2 wortels
2 stengels bleekselderij
1 eetlepel paprikapoeder
1/2 eetlepel karwijzaad
1/2 theelepel nootmuskaat
roomboter
zout, peper

Ik kan hier een heel lang en ingewikkelde bereidingsmethode neerzetten, maar dat ga ik niet doen. Want het is ook niet zo ingewikkeld.
Bak de spekjes en de in stukken gesneden runderriblap in wat roomboter.
Afblussen met de wijn.
Voeg de in stukken gesneden paprika, ui, wortel en bleekselderij toe. Ik had zelf nog wat mini-paprika’s liggen, dus die heb ik er ook bijgedaan. Heb je 2 rode en geen gele, of 3 groene en geen andere kleur paprika’s? Gewoon zoveel mogelijk paprika’s toevoegen. Niet te moeilijk.
Ook de kruiden erbij en de bouillon.
Dan heel lang en heel zacht laten pruttelen. Standje 1 dus.
Proeven of het gaar en klaar is (ik liet het 5 uur pruttelen).
Goed blijven checken tussendoor of er eventueel meer water bij moet. En als het allemaal te waterig is, dan kun je het even op een wat hoger vuur zetten (wel blijven roeren).
Lekker met aardappelen. Of rijst.



Chili con carne

“E. en R. eten bruine bonen met ui en een speklapje”, zei ik. Ik las het op Facebook en ik weet niet meer precies waarom ik het tegen J. zei, het was niet echt een groot nieuwswaardig bericht. “Oh, dat zou ik nu ook wel lusten”, zei J. terwijl hij me met grote ogen aankeek. “We hebben nét gegeten!”, zei ik. “Ja, nou, maar bruine bonen lust ik altijd wel”, zei hij. “Zal ik dan morgen chili con carne maken?”, vroeg ik, “Volgens mij heb ik alles daarvoor nog in huis.”

chiliconcarne

Het is een megasimpel recept, maar ook megavoedzaam. En vooral; bonen zijn heel erg goedkoop (ook prettig). Ik gebruik in onderstaand recept bruine bonen, maar dit kunnen ook kidneybonen zijn. Of andere bonen. En je kan er, als je wil, ook een blik maïs doorheen doen. Lekker met rijst! En… een heel handige invriesmaaltijd!

Ingrediënten (voor 6 personen):
500 gram rundergehakt
3 uien (in stukjes)
2 teentjes knoflook (fijngesneden)
2 winterwortelen (geraspt)
2 stengels bleekselderij (in kleine stukjes)
1 groene paprika (in stukjes)
1 theelepel chilipoeder
1 theelepel komijnpoeder
1 theelepel kaneel
2 grote blikken bruine bonen
2 blikken tomatenstukjes
1 runderbouillonblokje
zonnebloemolie

Bak het rundergehakt in wat zonnebloemolie.
Voeg alle gesneden en geraspte groenten toe en bak dit even mee.
Voeg alle kruiden toe, samen met de 2 blikken tomatenstukjes.
Voeg ongeveer 500 ml water toe, samen met het runderbouillonblokje.
Laat dit minstens een half uur zachtjes opstaan.
Voeg daarna de bonen toe.



Pizza met tonijn en ui

Elke woensdag en donderdag eet oppasmeisje M. (12) met ons mee en hoewel ik soms in een bui ben van; iedereen uit de keuken, want de keuken is van mij, mij mij, heb ik toch ook regelmatig dagen dat ik het heel gezellig vind om samen te koken (althans, samen, samen, ik zeg wat de ander moet doen en dan moet de ander dat doen, want anders krijgen mijn dwangneuroses de overhand en dat moet je niet hebben: “Nee, de paprika moet in reepjes, niet in blokjes, aaaargh!”).

Opppasmeisje en ik maakten pizza’s en ik had ondertussen ook heel veel foto’s willen maken, maar dat lukte niet helemaal, want ik moest er dus goed op letten dat oppasmeisje precies deed wat ik zei: “Snijd jij de ui maar, want ik heb mascara op en die moet niet gaan uitlopen.” Ook moest ik ervoor zorgen dat ze ondertussen niet al teveel van de ingrediënten tussendoor opat. Als kinderen mee koken vind ik het niet erg dat ze ondertussen van alles in hun mond stoppen, maar ze moeten dus niet de helft van een gerecht opeten. Ik stimuleer juist dat ze alles proeven om zo met verschillende smaken in aanraking komen. Bij kappertjes: “Wat zijn dat?” “Net zoiets als augurkjes, maar dan bloemknopjes, proef maar, heel lekker.” “Vies!!!!!” “Hahaha.” Ik proef tijdens het koken zelf ook constant alles en de helft van een bol mozzarella heb ik vaak al op voordat-ie in een salade verwerkt wordt , dus dan kan ik het een ander niet verbieden. Oh, ja, verbieden kan wel, maar dat is gewoon niet zo gezellig.

pizzatonijnui

Ik maakte voor mezelf een pizza met tonijn en ui, maar je kunt de pizza uiteraard beleggen met datgene wat jij lekker vindt (de verkering kreeg een shoarmapizza en oppasmeisje M. koos voor een pizza met ham en paprika).

Ingrediënten (voor +/- 6 pizzabodems):
500 gram bloem
1 zakje instant gist
250 milliliter lauwwarm water
2 theelepels zout
3 eetlepels olijfolie
1 eetlepel suiker

Ingrediënten voor de tomatensaus (voor +/- 6 pizza’s):
800 gram tomaten
1 klein blikje tomatenpuree
2 uien
3 knoflookteentjes
1 eetlepel gedroogde oregano
beetje olijfolie

Ingrediënten voor 1 pizza met tonijn en ui:
1 blikje tonijn
1 ui
1 bol mozzarella
handje rucola
geraspte kaas

Als je, zoals ik, het geluk hebt dat je een keukenmachine hebt, dan maak je het deeg binnen 5 minuutjes in de keukenmachine. Heb je geen keukenmachine, dan zul je het met de hand moeten gaan kneden. Ook leuk. Het deeg moet soepel aanvoelen (dus zelfs als je het in de keukenmachine hebt gemaakt zul je even met de hand moeten kneden of er misschien nog wat water of bloem bij moet). Laat het deeg minstens 30 minuten rijzen op een warme plek.
Nu heb je mooi de tijd om de tomatensaus te maken. Ook dat gaat heel simpel. Snij alle ingrediënten fijn, doe alles bij elkaar in een pannetje met wat olijfolie en laat dit minstens een kwartier zachtjes pruttelen. Als alles gaar is, dan zet je even de staafmixer erop, zodat je een smeuïge saus krijgt. Eventueel wat water toevoegen als de saus te dik is (meestal niet nodig).
Verwarm de oven voor op 250° (of als je oven niet zo warm kan worden; zo warm mogelijk).
Bestuif nu het aanrecht met wat bloem en rol het deeg uit met een deegroller (tot het formaat wat je wil gebruiken).
Leg de pizzabodem op een stuk bakpapier en dan op een rooster. Bestrijk de pizza met de tomatensaus (dit lukt heel mooi en egaal met de bolle kant van een lepel).
Beleg de pizza nu met dat wat jij lekker vindt. Ik belegde ‘m dus met stukken tonijn, in ringen gesneden ui, mozzarella en geraspte kaas.
Na ongeveer 10 tot 15 minuten is de pizza klaar (als je ‘m in de oven hebt gezet dus).
Ik legde er nog een handje rucola op.