Turkse lamsburgers

Ik hou van mijn Turk en ik hou van de zaterdagen. Vooral omdat ik op zaterdagen mijn Turk vaak zie. Meestal begeef ik me in onze Turkse supermarkt naar de groente-afdelingen om daar m’n mandje vol te laden met verse kruiden. De verkering maakt dan ondertussen een praatje met de Turkse slager, die hem steevast begroet met: “Hallo, beste man.” Ook al hebben we geen vlees nodig, toch laat de verkering zich meestal door de slager verleiden tot het kopen van iets uit zijn vitrine. Gisteren waren dat 6 lamsburgers: “Ze zagen er zo lekker uit, jij kan er vast wel wat lekkers mee maken, toch, schatje?” Zaterdagmiddag aten wij Turkse lamsburgers met een yoghurt-komkommer-munt-sausje.

lamsburger

Ingrediënten:
aantal lamsburgers (die van mijn Turk zijn dus Goddelijk) (mocht jouw Turkse supermarkt geen lamsburgers verkopen, dan kun je ook een paar merquez-worstjes kopen en die uit hun velletje halen. Van het gehakt kun je nu zelf lamsburgers kneden)
hetzelfde aantal broodjes (die verkopen ze ook bij de Turkse supermarkt)
4 grote eetlepels Turkse yoghurt
klein beetje verse munt
olijfolie
halve komkommer
1 teentje knoflook
2 tomaten
1 ui
handje sla (hoeft niet perse)

Rasp de komkommer en knijp het vocht eruit. Bestrooi de komkommerrasp met een beetje zout.
Pers het teentje knoflook.
Meng de komkommer met de knoflook, de fijngesneden munt, een scheutje olijfolie en de yoghurt. Hoe langer je dit mengsel laat staan, hoe lekkerder (in de koelkast).
Bak de lamsburgers in wat olijfolie.
Snijd ondertussen de tomaten en de ui.
Snij de broodjes open, leg er wat sla op, daar bovenop de lamsburger, de tomaat, de ui en een flinke dot van het yoghurt-komkommer-muntsausje.



Tielsche sudderlapjes

Niks smaakt zo naar vroeger als een goed klaargemaakt sudderlapje! Mijn moeder maakte ze vroeger natuurlijk ook, maar ik heb vooral een jeugdherinnering aan die ene keer dat ik bij mijn tante Hilda en ome Jan mee at. Ze aten aardappels, groente en vlees, maar, heel anders dan bij ons thuis werd het vlees pas als laatste gegeten. Dus eerst je aardappels en groente en daarna mocht je pas je vlees. Het ‘lekkerst’ pas voor het laatst. Tante Hilda had dus sudderlapjes gemaakt en omdat ik het zo raar vond om te moeten wachten op het vlees ben ik het nooit vergeten.

tielschebraadlapjes

Onderstaand recept is niet typisch Tiels, maar volgens mij gewoon de ouderwetse manier om sudderlapjes, of draadjesvlees, klaar te maken. Ik noem het Tielsche sudderlapjes omdat het rundvlees dat wij in huis hebben en gebruiken altijd van onze ‘eigen koe’ komt. Zo’n 2 tot 3 keer per jaar kopen wij 1/10 koe (zo’n 35 kilo), van onze eigen Tielse boer. Deze veehouder heeft maar een klein aantal koeien dat met liefde wordt grootgebracht. Ze worden trouwens ook met liefde en zorg geslacht door een Tielse slager. Prachtig vlees. 100% biologisch. En dus 100% Tiels.

Ingrediënten:
750 gram braadlapjes (of sukadelapjes, of riblappen)
100 gram roomboter
2 uien
2 tomaten (of 1 klein blikje tomatenpuree)
500 milliliter rundvleesbouillon (van blokje)
5 kruidnagelen
3 eetlepels azijn
3 laurierblaadjes
peper en zout

Wrijf de braadlapjes in met zout en peper.
Laat de roomboter bruin worden in een pan met dikke bodem en bak de braadlapjes aan beide zijden bruin.
Snij de ui en de tomaat in stukjes en doe ze in de pan en bak ze even mee.
Voeg nu de warme rundvleesbouillon toe, samen met de azijn, 3 laurierblaadjes en de kruidnagel toe.
Extra tip; gebruik een thee-ei om de laurierblaadjes en kruidnagelen in te doen. Dit thee-ei laat je dan in een stoofschotel bungelen en haal je aan het einde van de bereidingstijd eruit. Zo hoef je niet te gaan zoeken naar de laurierblaadjes (al zijn die vaak gemakkelijk te vinden) of kruidnagelen (die zijn moeilijker te vinden en die wil je niet per ongeluk tussen je tanden krijgen).
Leg nu een deksel op de pan en laat dit alles minstens 3 uur sudderen.
Verwijder het thee-ie (of als je die niet hebt gebruikt; ga op zoek naar het laurierblad en de kruidnagelen).
Lekker met aardappelen en groenten (bloemkool bijvoorbeeld).



Luna loves Lidl: dessert-pannenkoekjes

desertpannekoekjesNormaal gesproken vind ik kant-en-klare pannenkoeken helemaal niet zo lekker. Ik vind ze taai en een beetje chemisch smaken (maar met een flinke schep suiker of stroop erover zijn ze goed binnen te houden en kinderen zijn allang blij dat ze een warme pannenkoek als toetje krijgen). Maar… toen had ik deze dessert-pannenkoekjes van de LIDL nog niet gehad! Er zit 16 mini-pannenkoekjes in 1 verpakking voor € 1,19. Vind ik geen geld voor een perfect toetje voor 4 personen (ik ga er vanuit dat 4 pannenkoekjes per persoon genoeg zijn). Deze dessert-pannenkoekjes smaken alsof je ze zelf gemaakt hebt, zijn dun, luchtig en… ze zijn perfect rond, zodat het ook nog eens heel leuk presenteert (op een leuk bordje met een eland bijvoorbeeld)! Ik eet mijn pannenkoek het liefste met gewone, ordinaire kristalsuiker, want dat knispert zo lekker tussen je tanden, maar ik denk dat je met wat verse aardbeien, slagroom en een bolletje vanille-ijs een heerlijk no-nonsense, maar toch mooi dessert op tafel zet.



Erwtensoep

Een echte Hollandse vrouw (m/v) moet een grote pan erwtensoep kunnen maken. En dan niet door het opentrekken van een blik, maar door zelf een paar uur in de keuken te staan. Want… voor erwtensoep moet je de tijd nemen. Liefde, 100% procent pure liefde moet erin. En spliterwten. En vlees, heel veel vlees. Van een kom erwtensoep word je blij! Van een kom zelfgemaakte erwtensoep krijg je het Unox-gevoel, maar dan zonder Unox! En als ik een pan erwtensoep heb gemaakt voel ik me trots! Trots op mezelf! Trots op Nederland! Trots op mijn koude, vlakke land, waar alle ingrediënten vandaan komen!

erwtensoep

Erwtensoep is ideaal om in te vriezen en daarom maak ik altijd heel veel (oh, dat doe ik eigenlijk altijd). Vandaag (of eigenlijk gisteren) begon ik met het maken van 10 liter en in principe zou dat voldoende zijn voor 20 personen (want een normale portie is zo’n 500 milliliter per persoon). Normaal gesproken maak ik erwtensoep altijd met karbonades, maar deze keer heb ik ‘m (heel decadent) met runderschenkel gemaakt (want de diepvries moet leeg, maar ja, al die liters erwtensoep moeten ook weer worden ingevroren, oh, wat een decadente dilemma’s).

Ingrediënten (voor dus 20 porties):
2 pakken spliterwten (totaal 1 kilo dus)
1 kilo karbonades (of dus runderschenkel)
100 gram zuurkoolspek (met zwoerd)
2 knolselderijknollen
1 kilo prei
4 uien
1 kilo wortelen
500 gram aardappelen
4 rookworsten
bosje bladselderij

Doe de spliterwten in een zeef en spoel ze af met water. Doe ze in een grote pan, samen met het vlees en voeg ongeveer 4 liter water toe. Breng dit aan de kook. Als het kookt komt er een schuimlaag op en die schep je eraf (en gooi je weg). Het kan zijn dat je dit een paar keer moet herhalen.
Ik laat dit altijd een paar uur zachtjes opstaan (minstens 2 uur) en roer om de 15 minuten even in de pan, zodat er niks aan de bodem aanbakt. De erwten moeten echt stuk gekookt zijn, dus dit kan ook 3 uur duren. Het vlees moet van de botten af vallen.
Ik zet nu de pan een nachtje buiten, zodat alles zo snel mogelijk afkoelt.
De volgende ochtend zet ik de pan weer zachtjes op.
Als het weer zachtjes kookt haal je alle botten uit de soep en snij je het vlees klein (hoe je dit doet moet je zelf even uitproberen, je krijgt hoe dan ook vieze handen).
Nu snijd je alle groenten en dit is een tijdrovende bezigheid (ondertussen kun je mooi mediteren). Vooral met het snijden (en eerst schillen) van de knolselderij ben je wel even bezig. Alle groenten doe je nu bij de soep en dit laat je gewoon weer een paar uur zachtjes pruttelen.
Normaal gesproken koop je dus een knolselderij waar de bladselderij nog aan zit. Helaas knippen ze die bij de Albert Heijn eraf en verkopen de ze de knolselderij en de bladselderij los van elkaar (stom!), waardoor ik de bladselderij was vergeten. Geen groot drama.
Bij mij stond alles de hele dag op het laagste pitje (van 9:00 tot 17:00) en ik roerde om het kwartier even in de pan. Als het te dik wordt doe je er wat water bij.
In het laatste uur doe je de in plakjes gesneden rookworst erbij (en dan geen magere rookworst, maar gewone boerenrookworst). En om geen ellende aan tafel te krijgen (“Jij hebt veel meer worst dan ik, het is niet eerlijk!”), doe ik er dus 4 rookworsten in. Decadent, ja. Lekker, ja!

Maar waarom je aan bovenstaand recept houden? Op elk doosje spliterwten staat het recept voor een typische Oud-Hollandsche pan snert. Mijn tips; blijf bij je pan, blijf roeren, voeg water toe als het te dik wordt en vooral; doe er heel veel rookworst in. En liefde, heel veel liefde.



Kachumber (Indiase salade)

Als ik Indiaas kook (en dat doe ik regelmatig), dan eet ik er bijna altijd kachumber bij; een Indiase salade van tomaat, komkommer en ui. Het is dus een perfect Indiaas bijgerecht; lekker fris en vooral heel makkelijk te maken. Er zijn verschillende recepten online te vinden (met chilipepertjes, koriander, munt of zonder de komkommer), maar ik vind onderstaand recept het lekkerst. Ik zorg dat ik genoeg maak, zodat ik het restje de volgende dag bij de lunch kan eten (als ik het diezelfde avond niet al op de bank heb weggewerkt).

kachumber

Ingrediënten:
1/2 komkommer
3 tomaten
2 kleine uien
1 limoen (of net zoveel sap uit flesje)
1 theelepel komijnpoeder

Snij komkommer, tomaat en ui in kleine stukjes en meng het met de overige ingrediënten.
Heel makkelijk dus.
Het is ook lekker met wat verse koriander erdoor (maar dat zou ik niet speciaal voor deze salade in huis halen.



Tikki Massala met vis

Onze diepvries is nogal vol. Dit komt door mijn hamster-kwaliteiten (“Oh, maar het bladerdeeg is nu in de aanbieding.”), de frituur-liefde van de verkering (“Hadden we nou nog frikadellen in de diepvries, nee, volgens mij niet, en anders hebben we gewoon een extra doos.”) en omdat ik altijd teveel kook (“Ah, dan hebben we gewoon wat bakjes boerenkool in de vriezer, altijd makkelijk.”). Vandaag was het tijd om wat ruimte te maken in de vriezer en ik vond kabeljauw, pangasiusfilet en doperwtjes. In de koelkast stond nog een halve pot Tikki Massala-kruidenpasta van Patak’s (en die moest ook op), dus het werd een heel gemakkelijke Indiase maaltijd, die binnen een kwartier op tafel stond.

tikkimasalavis

Ingrediënten (voor 4 personen):
750 visfilet (kabeljauw, tilapiafilet, koolvis of pangasiusfilet)
3 preien
300 gram diepvriesdoperwtjes
1 blik kokosmelk
1/2 pot Patak’s Tikki Massala kruidenpasta (of ander merk natuurlijk)

Snij de prei in ringen en bak ze zachtjes in wat zonnebloemolie.
Doe er nu de Tikki Massala kruidenpasta bij en roer het even door. Je kan variëren met de hoeveelheid kruidenpasta, dus misschien vind je een half potje teveel (en hoe sterk andere merken smaken weet ik ook niet, ik gebruik ook meestal geen potjes of zakjes, maar deze pot had ik nog staan (waarom eigenlijk?)). Je kan beter met 1 eetlepel beginnen en als het te flauw smaakt doe je er nog een eetlepel bij.
Doe het blik kokosmelk erbij en laat alles rustig doorkoken.
Voeg nu de vis toe. Ik doe die vis er trouwens gewoon bevroren bij (uiteraard wel in stukken gehakt).
Als de vis gaar is, dan doe je er de doperwtjes bij.
En als de doperwtjes gaar zijn is het klaar.
Lekker met rijst.



Luna loves LIDL: macarons

Okay, okay, okay, als je ooit een keer macarons in Parijs hebt gegeten (en dat heb ik), dan valt elke andere macaron vies tegen. Je mist voornamelijk de Parijse beleving; ik zit hier in Parijs en ik zit hier een typisch Parijse lekkernij te eten, en oh, wat ben ik toch een wereldreiziger. En omdat je die beleving mist zijn de macarons hier in Nederland gewoon niet zo lekker. Niet dat niet-zo-lekker hetzelfde is als niet-te-eten, want de macarons die ik ooit bij de banketbakker hier in Nederland haalde waren ook heel goed te doen. En het doosje macarons dat ik ooit bij de groothandel kocht was ook binnen no time leeg. Ik heb zelfs ooit een poging gewaagd om zelf macarons te maken, maar die poging valt onder het kopje ‘mislukte experimenten’; de smaak was goed, maar het zag er niet uit. Het is dus nogal een ingewikkeld proces om perfecte macarons te bereiden, vandaar dat het 1 van de moeilijkste opdrachten is bij Masterchef Australia; de macaron-taart van Adriano Zumbo.

lidlmacarons

Gelukkig is daar de LIDL met een doosje van 12 macarons in de diepvries voor € 3,29. Even laten ontdooien en you’re ready to go! En de verkering en ik hadden hetzelfde idee toen wij de eerste macaron uit het doosje proefden; “Zullen we gewoon een paar van deze doosjes bij de LIDL halen en die dan op een piramide plakken? Doen we net alsof we ze zelf gebakken hebben met de kerst.” Maar… ere wie ere toekomt; de macarons van de LIDL zijn lekker. In 1 doosje zitten 4 smaken; framboos, chocolade, pistache en koffie. Ik vond de pistache-macarons het lekkerst en de framboos het minste. En al zijn ze lang niet lekker als de verse macarons in Parijs, ze verdienen zeker een voldoende.



Pindarotsjes

Het wil nog wel eens voorkomen dat je met een overdosis chocolade in huis zit. Zo kregen de verkering en ik van Sinterklaas allebei 2 chocoladeletter en allebei een netje met chocolademunten. De dag na Sinterklaas was alles half aangebroken en in een hoekje van de keuken beland. Om ervoor te zorgen dat die restjes niet blijven liggen tot volgend jaar heb ik pindarotsjes gemaakt (ik had nog meer halve repen chocolade her en der in laatjes liggen). Ik heb alle restjes chocolade die ik kon vinden bij elkaar gegooid (dus wit, melk en puur), maar voor het oog is het mooier om de chocolade apart te verwerken zodat je bijvoorbeeld pure chocoladepinda’s hebt en witte chocoladepinda’s (ik moet overigens wel zeggen dat de alleen witte chocoladepinda’s het allerlekkerst zijn, dus het is het ook wel waard om een paar repen witte chocolade te halen en alleen die te gebruiken). Ik gebruik in dit recept een bakje ongezouten pinda’s, maar ik wilde eigenlijk een zak doppinda’s gebruiken, zodat ik die dan zo gezellig samen met de verkering zou kunnen doppen op de bank terwijl we een paar aflevering van Mad Men keken. Maar de verkering zag de bui al hangen toen er ‘doppinda’s op het boodschappenlijstjes stond en nam een bak gedopte pinda’s mee en ging daarna weer verder met z’n potje Candy Crush.

pindarotsjes

Ingrediënten:

Restjes chocolade (ik had totaal zo’n 700 gram)
300 gram gedopte pinda’s (ongezouten dus)

Smelt de chocolade au bain-marie en laat het daarna heel even afkoelen.
Meng de pinda’s door de chocolade, zodat alle pinda’s een laagje chocolade hebben en maak er nu pindarotsjes van door steeds met 2 lepels een bergje pinda’s op een stuk bakpapier te leggen (en daaronder een dienblad of bakplaat).
Goed af laten koelen (eventueel in de koelkast).



Luna loves LIDL: bonenrol met spek

bonenrolletjesHartstikke leuk, kant-en-klare-producten die je zo, hop, in de oven of frituur kunt gooien, maar het moet dan wel iets zijn wat ik niet zo gemakkelijk zelf kan maken (kaassticks, frikadellen, dat soort heerlijkheden). De verkering wilde wel een avondje koken, maar het moest vooral niet te ingewikkeld, dus zowel de aardappels, de groente en het vlees moesten zo, hop, de oven in kunnen. Als groente koos hij voor deze bonenrolletjes met spek. In een doos zitten 12 rolletjes, per 6 verpakt en ach, ze waren niet vies en ze waren zeker lekkerder dan een pot  opgewarmde sperziebonen, maar dit is een gerechtje wat 100 keer lekkerder is als je het zelf maakt (want haricot verts omrold met spek is een perfecte combinatie en niet heel ingewikkeld om zelf te maken). Ik zou deze bonenrolletjes met spek dus niet zo snel nog een keer kopen bij de LIDL, maar als je het wil opdienen tijdens je kerstdiner sta je niet voor schut.



Saté-saucijzenbroodjes

De perfecte zaterdagmiddag-snack; kleine saucijzenbroodjes. Die kun je gewoon kant-en-klaar kopen bij iedere willekeurige supermarkt (en zelfs bij de HEMA), maar die vind ik dus niet zo lekker. De verkering heeft er weinig moeite mee en vindt die kant-en-klare dingen zelfs de ideale lunch voor een zaterdag- of zondagmiddag. Toen ik hem deze saté-saucijzenbroodjes voorschotelde moest hij toch ook wel toegeven dat deze een stuk lekkerder waren dan die saucijzenbroodjes uit het plastic. En of ik ze voortaan elk weekend wil maken?

sauzijcenbroodjes

Ingrediënten voor +/- 30 mini’s:
1 pakje bladerdeeg
500 gram gehakt
2 eieren
zakje saté-gehaktkruiden
eetlepel sesamzaadjes

Verwarm de oven voor op 180°.
Zorg dat alle plakjes bladerdeeg ontdooid zijn.
Meng het gehakt met de gehaktkruiden en 1 ei. Je kan in principe elk soort gehakt gebruiken. Ik heb vandaag mager rundergehakt gebruikt, omdat die nog in m’n diepvries lag, maar ik denk dat het lekkerder is met half-om-half-gehakt.
Verdeel nu het gehakt in de lengte over de plakjes bladerdeeg. Meestal zitten er 10 plakjes bladerdeeg in een pakje, dus dan verdeel je eerst het gehakt in 10 rolletjes, maar ik gebruikte vandaag bladerdeeg van de LIDL en daar zitten 6 langwerpige plakken in. Ik verdeel het gehakt dus eerst in 6 rolletjes. Vouw het bladerdeeg dubbel en druk alles een beetje plat en gebruik een vork om de zijkant wat reliëf te geven.
Bestrooi de bovenkant met sesamzaadjes.
Bestrijk alle saucijzenbroodjes met losgeklopt eigeel.
Leg de saucijzenbroodjes op een stuk bakpapier op een rooster en bak ze in zo’n 20 gaar (of misschien ietsje langer totdat ze mooi goudgeel zijn).