Karbonaadje met NOMU pork rub

nomukarbonaadjesIk denk dat het karbonaadje het stukje meest ondergewaardeerde vlees is. Nou ja, misschien eigenlijk pas na de slavink, de verse worst en de schnitzel. En misschien ook pas na al het orgaanvlees. Nou ja, anyway! Een karbonaadje met de goede kruiden (dus niet alleen maar zout en peper) haalt een saaie Hollandse aardappels-groente-vlees-maaltijd naar een hoger level! Toen ik nog rijk was (en niet gelukkig) kocht ik mijn kookspullen altijd bij de Bijenkorf in Amsterdam (want die zat om de hoek). Zo maakte ik voor het eerst kennis met de specerijen van het merk NOMU. Een blikje met een inhoud van 55 gram kostte toen € 6,95 (en nu nog steeds trouwens) en dat is best een hoop geld voor een mengsel van mosterdzaad, gember, koriander, kruidnagelen, steranijs, paprika en marjolein. Ik heb het blikje nog steeds (en ja, de inhoud is over de datum en nee, dat boeit me niet). Het kruidenmengsel is nog steeds perfect om een karbonaadje mee in te rubben (en het geeft meteen een heerlijke smaak aan de jus (die ik gewoon uit een pakje maak)). Als het blikje leeg is, dan ga ik zelfs een nieuw blikje halen, want je doet dus erg lang met de inhoud (en een karbonaadje is nou niet echt het allerduurste stukje vlees, dus dat houdt elkaar mooi in balans).



Eiersalade

Mijn allereerste schoonvader (ik was 14) heette Jan. En Jan maakte op feesten en partijen altijd Jan’s Egg’s (hij kwam niet uit Engeland, dus waarom het niet ‘Jan’s Eieren’ heette vraag ik mij eigenlijk vandaag pas voor het eerst af). Jan’s Egg’s vonden altijd grif aftrek op die feesten en partijen, maar Jan wilde het recept nooit prijsgeven. Waarom niet, ook dat vraag ik mij vandaag voor het eerst af. Het enige wat ik me van Jan’s eiersalade is bijgebleven is dat er een fijngesnipperd uitje in zat.

Zo’n 15 jaar later stond ik op een feestje waar de moeder van de jarige een bak eiersalade had gemaakt. Zij wilde haar recept wel prijsgeven; iets met een scheutje witte wijn erbij en kerriepoeder.

Mijn eigen recept voor eiersalade is een combinatie geworden en doet het altijd leuk op feesten en partijen, maar is ook erg lekker op een gewone bruine boterham.

eiersalade

Ingrediënten (voor een bak vol):
10 eieren
1 grote ui
scheutje witte wijn
3 flinke eetlepels mayonaise
1/4 eetlepel kerrie
zout

Kook de eieren hard en laat ze wat afkoelen.
Je kunt de eieren nu grof hakken, maar ik vind het zelf altijd leuk om ze met een eiersnijder te snijden, zodat je perfecte vierkante mini-blokjes krijgt (er zijn ook mensen die perfect brunoise kunnen snijden met een mes, maar ik behoor niet tot die mensen). Ik doe een ei dus 3 keer in de eiersnijder (2 keer in de lengte en 1 keer overdwars) en dan heb ik keurige vierkante blokjes. Ziet er heel professioneel uit!
Snipper het uitje en voeg dan alle ingrediënten samen.
Even proeven of er nog meer zout of kerrie of wijn bij moet.



Tonijnsalade

Best gek; als ik ergens buiten de deur ga lunchen (iets wat overigens maar weinig voorkomt) bestel ik bijna altijd een broodje met tonijnsalade, mits het zelfgemaakte tonijnsalade is, want tonijnsalade uit een bakje van de Johma vind ik dan weer niet zo lekker. Zelf had ik het nog nooit gemaakt en dat terwijl het eigenlijk supersimpel is. Ik maakte meteen een flinke hoeveelheid (ik denk dat het zo’n 500 gram is, genoeg om als salade neer te zetten tijdens een feestje of BBQ) en ik serveerde het tijdens m’n verjaardag. De bak was leeg, dus ik neem aan dat het lekker was.

tonijnsalade

Ingrediënten (voor ongeveer 500 gram):

2 blikjes tonijn op waterbasis
1 grote ui
2 eetlepels kappertjes
200 gram augurkjes
mayonaise
ketjap manis
peper en zout

Ik schreef al dat het een simpel recept was en dat is het ook; je laat tonijn uitlekken, snijdt de rest van de ingrediënten in kleine stukjes en voegt alles bij elkaar. Mayonaise erbij, beetje ketjap erbij, op smaak brengen met peper en zout en klaar. Let wel op met de ketjap, want die smaak gaat al snel overheersen en dat is niet de bedoeling. Het mooie van dit recept is ook dat je het naar eigen smaak kan aanpassen, dus door er minder of meer ui, kappertjes of augurkjes in te doen (niet iedereen vindt kappertjes lekker namelijk). En het spreekt voor zich dat het gezonder is om zo min mogelijk mayonaise te gebruiken of de mayonaise te vervangen door halvanaise of yogonaise, maar wij hebben standaard een pot mayonaise in huis, dus mayonaise it is! Lekker op een boterham (met eventueel wat blaadjes sla erbij), maar ook lekker op een toastje of stukje stokbrood.



Macaroni & Cheese (met bloemkool)

Dit is een recept van Jamie Oliver, maar ik kan het boek niet vinden waar het recept in staat, of ik heb het recept ooit van internet gehaald, of ik zag het ooit op televisie. Nu ik zelf even wat aan het surfen ben geweest naar het originele recept blijkt trouwens dat Jamie verschillende versies heeft (ook nog eentje met een brood-pancetta-rozemarijn-korstje). Maakt het uit? Niet echt. In 1 van zijn recepten staat dat je een halve bloemkool moet gebruiken, maar een halve bloemkool? Ik vind dat stom. Doe gewoon een hele. Of recepten met 150 gram crème fraîche? Er zit 200 gram in een potje, dus dan kan ook het hele potje erin, anders lepel ik die overgebleven 50 gram sowieso naar binnen tijdens het koken en ja, dan zit het ook meteen op je heupen en dan kun je die 50 gram beter verdelen over de rest van de gezinsleden!

macaroni

Ingrediënten (voor 4 personen):

1 bloemkool
500 gram macaroni
150 Parmezaanse kaas
15 gram platte peterselie
300 gram cheddar
200 gram crème fraîche
zout en peper

De oven voorverwarmen op 180°.
Verdeel de bloemkool in kleine roosjes en kook ze gaar in ongeveer 10 minuten.
Kook de macaroni gaar volgens de verpakking.
Doe de crème fraîche, 100 gram Parmezaanse kaas en de cheddar in een pan met dikke bodem en laat dit heel zachtjes koken, zodat de cheddar is gesmolten is.
Roer hier nu de macaroni, de bloemkool en de fijngesneden peterselie doorheen.
Op smaak brengen met zout en peper.
In een ovenschaal doen, bestrooien met de overgebleven Parmezaanse kaas en zo’n 10 tot 15 minuten in de oven zetten tot de Parmezaanse kaas een lekker knapperig korstje is geworden.



Witlofquiche met ham en kaas

Ik riep al ongeveer 6 jaar dat ik een kookblog wou (ik registreerde deze domeinnaam al 5 jaar geleden), maar het daadwerkelijke starten met het blog liet dus nogal op zich wachten. En dat terwijl een kookblog niets dan voordelen biedt! Zo bereidde ik witlof altijd op dezelfde manier (afgezien van een witlofsalade dan); ik kookte de witlof, ik rolde ‘m in ham, bestrooide alles met geraspte kaas en zette het geheel in de oven. Nu dacht ik gisteren; laat ik eens wat anders maken met die kilo witlof die ik bij de LIDL haalde, is leuk voor m’n nieuwe blog. Ik maakte deze witlofquiche en hij was divine.

witlofquiche
Ingrediënten (4 personen):
1 kilo witlof
6 plakjes bladerdeeg
2 middelgrote uien
4 eieren
200 gram ham
200 ml slagroom
150 gram geraspte oude kaas
25 gram boter of olijfolie
springvorm van 26 cm Ø

Verwarm de oven voor op 180°.
Laat het bladerdeeg ontdooien en vet de springvorm licht in met de boter (ik gebruik altijd roomboter, maar het kan ook met wat olijfolie).
Bekleed de springvorm met het bladerdeeg, prik met een vork wat gaatjes in het deeg en bak de deegbodem nu zo’n 10 minuutjes in de oven (is nog niet gaar als je ‘m eruit haalt).
Snij de kontjes van de witlof en verwijder de kern (die is bitter). Snij de witlof nu in reepjes.
Snij de uien in kleine stukjes
Snij de ham in reepjes.
Roerbak nu de witlof, ui en ham tot de witlof is geslonken (dus niet op al te hoog vuur) (duurt een minuutje of 8 tot 10).
Meestal komt er veel vocht vrij. Dit giet je af (anders krijg je een zompige taart).
Klop de eieren los met de slagroom, peper, zout en de kaas.
Schep het witlofmengsel op de deegbodem en giet het eierenmengsel erover.
Bak de taart nu zo’n 20 minuutjes op 180° (vanaf 15 minuten even blijven checken).



Hutspot

Ik hou van de winter en ik hou van stamppotten. De dag dat de eerste zakken met kant-en-klaar gesneden hutspot in de winkel liggen is dan ook een dag waarop ik zeer gelukkig ben. Net zo gelukkig als wanneer er eindelijk weer zakken gesneden boerenkool in de schappen liggen. En ja, het kan ook uit de diepvries en ja, je kan de wortelen en de uien ook zelf snijden, maar waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Een kilozak peen-en-ui kost vaak nog geen euro. Ik kocht 2 kilozakken en liet de verkering 2 kilo aardappelen schillen (ook lekker makkelijk).

hutspot

Ingrediënten (6 personen):

2 kilozakken peen-en-ui
2 kilo aardappelen
2 rookworsten
125 gram roomboter
peper, zout

De aardappelen doe je onderop in een grote pan, daarbovenop de peen-en-ui en je voegt voldoende water toe zodat in ieder geval de aardappelen onder staan. Weer bovenop leg je de rookworsten, zodat ook die gaar worden.
Dit alles laat je een minuutje of 20 tot 25 zachtjes koken (even tussendoor in de aardappels prikken om te checken of ze gaar zijn).
Als het gaar is, dan giet je eerst een beetje van het kookvocht in een schaaltje en dan pas de rest af.
Wanneer je nu gaat stampen kun je steeds een beetje van het kookvocht toevoegen om het lekker smeuïg te maken.
Maar! Ik doe er liever een half pakje roomboter doorheen, daar word je zelf ook lekker smeuïg van.

Het enige wat mist is de jus en die is toch best wel belangrijk bij hutspot. En die maak ik gewoon lekker uit een zakje (want van rookworsten heb je geen jus). Zakje in een pannetje, water erbij, roeren, verwarmen, klaar. Bomvol E-nummers en helemaal niet gezond en culinair verantwoord, maar het lijkt wel alsof je je tegenwoordig moet schamen omdat je wel eens uit een pakje of een zakje kookt! Mijn naam is Luna en ik vind de jus uit een zakje lekker en vooral lekker makkelijk!



Restaurant De Vliegende Schotel

“Het is heel gezond, maar niet zo lekker”, zegt mijn vriendin M. terwijl ze met een net-geperst-sapje in haar handen staat, “wil je ook?”
“Jesus, M., wat heb je erin gedaan?”, vraag ik terwijl m’n neus samenknijp als ik aan haar sapje ruik.
“Gewoon, een handje druiven, 3 knoflookteentjes, sinasappelsap, yoghurt, kiwi, een stuk kool, een schep havermout en wat hazelnoten.”
“Eh, heb je dat allemaal tegelijk in de blender gedaan?”
“Ja, is toch gezond?”

Ik ken mijn vriendinnetje M. al bijna 15 jaar en bovenstaande anekdote van een jaar of 8 geleden illustreert wel zo’n beetje hoe zij kooktechnisch door het leven gaat; ze vindt gezond eten belangrijk, maar koken is niet haar sterkste kant. Ze heeft inmiddels een dochtertje gekregen wat gek is op eten en samen koken en zij ziet dat als een leuke grap van het universum.

M. en ik zijn elkaar een paar jaar uit het oog verloren, maar hebben elkaar inmiddels weer gevonden. Ik zag haar gisteren en hoewel ik best benieuwd ben of ze in die paar jaar heeft leren koken nam ze me uit eten. Ze is net verhuisd naar een appartement in de Jordaan en eet regelmatig bij De Vliegende Schotel, het oudste vegetarische restaurant van Amsterdam. Of ik daar zin in had?

Daar had ik zeker wel zin in, maar toen ik op weg naar haar appartement langs restaurant De Vliegende Schotel kwam en even naar binnen koekeloerde had ik toch iets minder zin. Het restaurant lag er nogal eh, bouwvallig bij. Niks aan de buitenkant nodigde uit tot een lekker hapje. En niks aan de binnenkant ook. Het zag eruit als een restaurant waar dat mannetje van De Smaakpolitie een hele leuke uitzending zou kunnen hebben. “Weet je zeker dat je nog naar De Vliegende Schotel wil?”, vroeg M. nadat we bij haar thuis koffie hadden gedronken. “Eh”, twijfelde ik, “eh.” Ik telde M.’s hypergezonde levensstijl op bij het achenebbisj uiterlijk van het restaurant en besloot dat je af en toe gewoon je life eens to the max moet leven. “Nee, als jij zegt dat het lekker is, dan vertrouw ik daarop”, zei ik.

In De Vliegende Schotel heeft de tijd stil gestaan.

Een dik snoer kerstverlichting zorgt voor wat sfeer (althans, de poging is leuk), de tafels matchen niet met de stoelen (of weer wel, want allemaal in gekkige kleuren geschilderd), er liggen Perzische tapijten op de vloer, er hangen kitsche schilderijen all over the place en het voelt allemaal een beetje viezig aan. Een beetje alsof het er niet alleen uitziet alsof je terug bent in de jaren ’70, maar alsof ook het stof uit die jaren er nog ligt. Het voelt er, kortom, heel erg geitenwollen-sokken. Heel eh, bijzonder. Ergens staan 3 bakken met kattenvoer op de grond en ik lees op internet bij andere recensies dat dat als niet-hygiënisch wordt ervaren; een poes in een restaurant. Ik heb zelf 3 katten en vind een poes in een restaurant juist gezellig. Lekker huiselijk. Waarom zou je wel bij iemand die thuis katten heeft kunnen eten, maar niet in een restaurant? Alsof zo’n kat op je bord schijt voordat je gaat eten? En een kattenhaar in je eten? Ach, is goed voor de weerstand.

vliegendeschotel

Ik bestelde een appel-wortel-gember sapje, net als M., want die heeft dus verstand van sapjes en als je voor de vega-experience gaat, dan moet je het goed doen. Als hoofdgerecht had ik de ‘rijke Marokkaanse stoofschotel met tal van groenten geserveerd met couscous en scherpe harissasaus’ en als toetje 2 kopjes yogi-thee.

Alles was vers en biologisch en ik heb nog nooit in m’n leven zo ontzettend lekker vegetarisch gegeten. Ik heb zelfs lekkerder gegeten dan in menig gewoon restaurant, omdat je proeft dat er met aandacht en liefde is gekookt. En gelukkig kwam de poes des restaurants aan het einde van onze maaltijd ook nog even act de presence geven.

www.devliegendeschotel.com



Hollandse dip

In het weekend doen de verkering en ik altijd samen boodschappen. Heel romantisch. Ik probeer altijd heel gezond groente, fruit en vlees voor de hele week te kopen en alvast te bedenken wat ik ermee ga maken, maar vaak sta ik nog te wikken en te wegen en te mijmeren of ik een bloemkool of een broccoli mee zal nemen en dan is de verkering al weer klaar: “Kom, we gaan.” In de tussentijd heeft hij het karretje volgeladen met kant-en-klare bockworsten in zoetzure saus, blikken aardappel-gratin, diepvriespizza’s, kipnuggets, een kilo kant-en-klare lasagne en blikken gehaktballetjes in satésaus. Zucht. Dit weekend kwam ik een potje met Hollandse dip tegen tijdens het uitpakken van de boodschappen.

hollandsedip

“Wat is dit, vriend? Hollandse dip? WTF?”, vroeg ik.
“Ja, was maar een euro”, zei hij.
“Het is een reclamedinges van een radiozender!”
“Ja, van 100% NL.”

Voordat ik met m’n ogen kon gaan rollen van ongeloof stopte hij een stukje stokbrood gedipt in Hollandse dip in m’n mond.

Superlekker. Zo lekker dat ik in m’n eentje het hele bakje heb leeggegeten. De dip smaakt heel fris en licht (vandaar dat ik alles in 1 keer heb weggedipt). Er zit 13% oude kaas in en ik had echt gedacht dat het ook een heel gezonde dip zou zijn, want hij zou perfect smaken bij komkommers en radijsjes. Toen het bakje leeg was keek ik op de onderkant en zag aan de productinformatie dat er in 1 bakje van 200 ml in totaal 1200 calorieën zitten! 1200 calorieën! En die heb ik in 10 minuten weggewerkt! Het is een gave.



Gevulde eieren

Gevulde eitjes doen het altijd goed… Ik wil nog wel eens op ’s avonds op de bank zitten en dan ineens behoefte hebben aan gevulde eitjes in plaats van een zak chips. En dan maak ik er meteen extra veel, zodat ik de volgende dag wat op en neer naar de koelkast kan lopen om zo steeds een koud eitje te snaaien. En het zal m’n cholosterol vast geen goed doen, die 10 eieren in 24 uur, maar ik geniet er intens van.

gevuldeeieren1

The key ingredient als het gaat om gevulde eitjes is: Aromat! Ik heb ook allerlei andere gevuld-ei-variaties geprobeerd (kaviaar, roomkaas, ketchup, gorgonzola, pesto, etc.), maar niets haalt het bij een oldskool jaren ’70 gevuld ei met alleen maar mayonaise en Aromat. Trust me.

Ingrediënten:
eieren
Aromat
mayonaise
eventueel; paprikapoeder

Kook de eieren hard. Mocht je nog nooit van een eierprikker gehoord hebben (kosten een euro bij de Blokker), dan kan ik je aanraden er eentje te halen. Je prikt het ei aan de onderkant in en je voorkomt hiermee dat je ei barst.
Spoel de eieren af onder koud water, pel ze en snij ze doormidden. Het eigeel vang je op in een kommetje en prak je los met een vork.
Voeg nu de mayonaise toe. De hoeveelheid is uiteraard afhankelijk van het aantal gevulde eitjes dat je aan het maken bent. Ik hou er niet van als het geheel te smeuig wordt, maar dat is persoonlijk. Steeds een beetje mayonaise toevoegen tot alles een consistentie heeft bereikt waarvan jij denkt dat het goed is.
Ook niet te scheutig met de Aromat. Steeds een beetje en dan proeven, tot jij ‘m lekker vindt.
Dan alles in een spuitzak met gekarteld spuitmondje, zodat je de eitjes kan vullen.
Je kan nog wat paprikapoeder over de eitjes strooien, maar dat is puur voor het oog. Dus als je de eitjes aanbiedt op een feestje, dan zou ik het wel doen. Maar qua smaakt voegt het voor mij niks toe.
Nu in de koelkast goed koud laten worden (als het lukt).



Rocky road

Onlangs werd mijn aandacht getrokken door een recept met de naam ‘Rocky Road’. Er staan verschillende recepten voor deze chocolade-calorie-bom online, maar waar het eigenlijk op neerkomt: je kiest een aantal ingrediënten die je lekker vindt (en die bij chocolade passen), je smelt de chocolade, je roert alles even door elkaar en that’s it. Ik maakte er eentje met marshmallows (want dat geeft zo’n leuk gekleurd effect), walnoten en discodip (want dat geeft ook zo’n leuk gekleurd effect).

rockyroad

Ingrediënten:
400 gram pure chocolade
200 gram witte chocolade
50 gram marshmallows
100 gram gepofte tarwe met honing
handje walnoten
discodip

Leg een groot stuk bakpapier in een ovenschaal.
Knip de marshmallows in kleine stukjes en mix ze met de gecrushte walnoten en de gepofte tarwe met honing door elkaar. Leg dit alles in de ovenschaal.
Smelt de pure chocolade au-bain-marie en doe daar op het laatst blokjes witte chocolade bij die je niet helemaal laat smelten.
Giet de chocolade over de mix en roer alles goed door elkaar.
Strooi de discodip eroverheen en zet alles een halfuur in de koelkast.
Daarna is het hard genoeg om in stukjes te snijden zo groot of klein als je lekker vindt.